Episode 90: As is als verbrande turf
“Jij bent echt gek!” zegt Thijs als Sven is uitverteld. “Kim wil nog verder. Jij wilt in principe ook verder. Maar je twijfelt omdat je bang bent dat het weer mis kan gaan?” Sven zucht. “Als je het zo uitdrukt dan klinkt het behoorlijk…” “Stom?” onderbreekt Thijs hem. Sven knikt. “Omdat het ook stom is,” zegt Thijs. “Echt. Waarom waag je het er niet gewoon op?” “Om dezelfde reden dat jij niet verder gaat met Julia, ook al wil je dat nog zo graag,” kaatst Sven terug. “Er is teveel gebeurd. Het wordt niet waarschijnlijk nooit meer zoals vroeger.” “Nee,” zegt Thijs. “Maar dat komt omdat relaties altijd veranderen. Onze samenwerking nu is ook anders dan toen we nog rangers waren. Maar dat maakt het niet beter of slechter. Het is alleen maar anders. En wat Julia betreft… Ik wil haar dan wel. Maar zij wil mij niet. Jij en Kim houden nog van elkaar. Als je haar nog wilt, ga er dan voor.” Sven trekt een gezicht. “Ik weet het niet, Thijs. Stel dat we de draad weer oppakken. Wie zegt dan dat we er dan weer uit komen?” Thijs zucht. “Die garantie kan niemand je geven. Maar als je het niet probeert, dan zal die vraag je de rest van je leven kwellen. Is dat wat je wilt?” Sven zucht. “Misschien verdien ik niet meer dan dat. Wat ik zeker weet is dat Kim sterker is dan ik. Wat er ook gebeurt, zij kan het aan. Maar ik wil niet dat zij door mij moet lijden als het uiteindelijk niet blijft duren tussen ons.” Thijs schudt zijn hoofd. “Sven, voor al het moois in dit leven is een excuus te vinden om het te laten schieten. Angst. Spijt. Of zelfs het gevoel dat je het niet verdient. Maar besef dat je keuze niet alleen gevolgen heeft voor jou. Ook als je niet verder gaat met Kim brengt dat risico’s met zich mee. Voor jou. Voor haar. En ook voor jullie kinderen. Zeg niet zomaar nee.” Sven staat op en loopt de kamer uit. “Ik zal erover nadenken,” zegt hij. “Maar ik moet nu aan het werk. Wil je nog steeds gitaarmuziek in de demo?” Thijs knikt, beseffend dat het geen zin heeft om nog verder op Sven in te praten. “Goed,” zegt Sven. “Dan ga ik kijken of ik wat inspiratie kan krijgen van het beeldmateriaal dat we tot nu toe hebben gekregen van de contactpersonen die professor Hardesky voor ons heeft geregeld.” Vervolgens loopt hij de kamer uit.
“Sorry, Melchior,” zegt de directeur hoofdschuddend. “Maar ik ben niet overtuigd.” “Waarom niet?” vraagt Melchior, terwijl hij probeert om niet in paniek te raken. “Ik heb heel lang met Sindie samengewerkt. Ik ken haar waarschijnlijk beter dan veel andere mensen die hier werken.” “En dat is het hem nou juist,” zegt de directeur. “Jullie hebben lang samengewerkt. En je bent het meer dan eens niet met haar eens geweest over haar beleid. Ik weet dat je altijd terug bent gekomen op die kritiek. Maar die naaste betrokkenheid met haar, plus het feit dat ze op non-actief is gesteld, kunnen je beoordelingsvermogen aantasten. Ik vrees dat je niet objectief kunt zijn over het feit of ze wel of niet kan werken. Je bent er teveel bij betrokken. Nee. Dit oordeel moet komen vanuit onpartijdige mensen die objectief kunnen oordelen.” Melchior knikt om een zucht te verbergen. Vervolgens staat hij op. “Goed dan. Maar ik ben ervan overtuigd dat Sindie gewoon kan werken.” “Dat zal dan snel genoeg blijken,” zegt de directeur. “Ik hoop het,” zegt Melchior. Vervolgens loopt hij het kantoor uit. In de verlaten gang leunt hij moedeloos tegen de muur. De simpelste manier, met de directeur gaan praten, was ook de stomste manier om Sindie haar baan terug te laten krijgen. Nu zal hij het veel subtieler aan moeten pakken om die zogenaamde ‘objectieve mensen’ te overtuigen om Sindie terug te laten komen. Het lukt hem misschien wel. Maar het zal tijd kosten. Tijd die Sindie hem waarschijnlijk niet zal geven. Had ze me maar nooit betrapt, denkt hij. Dan loopt hij verder. Hij heeft werk te doen. En als het hem niet lukt om Sindie te helpen… dan moet het probleem ’Sindie’ zelf worden opgelost. Want als ze haar baan terug krijgt, dan is hij nog steeds niet van haar af.
Carmen zit op haar stoel naar buiten te kijken. Het is op zich best mooi weer voor een wandeling. Ze is alleen en heeft verder niets te doen. Kim moest weg en Noa is naar de opvang. Bij de gedachte aan Noa gaat haar hand direct naar haar buik. Tranen wellen op in haar ogen. “Mijn kindje,” snikt ze. Ze had het zo graag willen hebben. Ondanks dat ze zwanger was geworden door een verkrachting had dit kindje niets gedaan om het leven niet te verdienen. Maar toch was het haar afgenomen. En ze wil niet naar buiten. Daar zijn vast moeders met kinderen. Of zwangere vrouwen. Ze staat op en loopt naar haar kamer. Daar aangekomen laat ze zich op haar bed vallen. Ze weet niet meer wat ze moet doen. Ze had er naar uit gekeken om samen met Kim haar zwangerschap te beleven.. En gezamenlijk voor Noa en de baby’s te zorgen. Maar nu kan ze nauwelijks naar Noa en Kim kijken. Het lot heeft haar dat geluk afgenomen, samen met haar kind.
Albert open de deur. “Mevrouw de Beurre. Wat brengt u hier?” “Ik wil Sven graag spreken.” Albert gebaart dat ze binnen kan komen. “Meneer Vogelaar is aan het werk,” zegt Albert. “Maar ik kan hem even voor u gaan halen.” Kim aarzelt. “Als hij het heel druk heeft dan…” “Kim!” Thijs komt de gang in lopen met een brede grijns op zijn gezicht. “Hoe gaat het?” vraagt hij terwijl ze elkaar omhelzen. “Gaat wel hoor,” zegt Kim. Thijs kijkt haar sceptisch aan. “Kim, ik werkt nu al een hele tijd met Sven samen. Ik weet wat er speelt.” Kim zucht. “Oké. Ik weet niet hoe het verder moet.” “Als ik je een adviesje mag geven?” Kim knikt. “Praat met hem. Ik weet dat ik me er eigenlijk niet mee moet bemoeien. Maar praat met hem. Er is nog liefde tussen jullie. Ik heb genoeg liefde kapot zien gaan. Dat verdienen jullie geen van beide.” “Ik zal het proberen,” zegt Kim. “Waar is Sven?” “Hierachter aan het werk Het kan niet missen.”
Kim loopt door de gang. Ze ziet dat er het nodige is verbouwd. Een deel van het huis is een kleine bedrijfsruimte geworden. Er is een groot kantoor dat lijkt op een redactiekamer met posters, aantekeningen en schema’s met uitgebreide plannen. Verder staat er de nodige apparatuur voor het opnemen en afspelen van beeld- en geluidsopnames. Sven heeft duidelijk zijn eigen erfenis gebruikt om dit uit de grond te stampen, denkt Kim bewonderend. Dan ziet ze hoe Sven achter een glazen wand in een geluidsdichte ruimte op zijn gitaar zit te spelen. Hij lijkt haar nog niet te hebben opgemekt. Zijn ogen zijn op een beeldscherm gericht. Op dat beeldscherm ziet ze opnames van kraanvogels die een soort dans opvoeren in een ingewikkeld paringsritueel. Ze pakt een koptelefoon en luistert mee. De muziek die ze hoort is statig, mooi en betoverend. Net als de dans van de kraanvogels. Ze bestudeert het gezicht van Sven. Zijn gezichtstrekken zijn gespannen. Maar zijn ogen zijn warm en zacht bij de klanken die hij voortbrengt. Ze glimlacht en sluit haar ogen. In de muziek ligt zoveel. Hoop. Maar vooral liefde. Liefde voor de natuur. Liefde voor het leven. Maar ineens stopt de muziek. Ze opent haar ogen en ziet dat Sven haar verschrikt aankijkt. Ze legt met een rood hoofd haar koptelefoon neer. Ze gebaart dat Sven naar buiten moet komen. Sven staat op en pakt zijn stok van de vloer. Hij hinkt naar buiten. “Ik wil niet onbeleefd klinken. Maar wat doe je hier?” “Thijs heeft me binnen gelaten,” zegt Kim. “Tuurlijk,” zegt Sven veelbetekenend.” “Hij wil ons gewoon helpen,” zegt Kim. “Maar ik ben hier niet om Thijs te verdedigen. Ik ben hier met nieuws.” “O?” vraagt Sven achterdochtig. “Ga even zitten,” zegt Kim. Sven gebaart naar een bank in een zithoek van het kantoor. Kim neemt plaats terwijl Sven op een stoel gaat zitten. Kim slaat onzeker haar ogen neer. “Ik weet niet zo goed hoe ik dit moet uitleggen,” begint ze. “Maar na die miskraam van Carmen werd ik ineens heel bang over ons eigen kindje. Ik heb een afspraak gemaakt voor een extra echo om te kijken of alles in orde was.” Sven kijkt bezorgd. “Waarom heb je mij niet meegevraagd?” Kim zucht. “Ik wilde je wel vragen. Maar ik durfde niet. Ik was bang dat jij helemaal in stress zou schieten. En ik was bang dat je zou denken dat ik via de baby je weer bij me wilde krijgen.” Sven knikt. “Misschien was het in dat geval inderdaad zo gegaan,” zegt hij berustend. Maar dan komt de bezorgde blik weer terug. “Maar hoe is het met de baby?” “Alles is in orde,” zegt Kim. Sven slaakt een zucht van opluchting. “Maar…” gaat Kim verder. “Tijdens die echo ben ik er ook achter gekomen wat het geslacht is van de baby.” “Ik weet niet of jij het wel wel vooraf had willen weten. Maar nu ik weet wat het is, wil jij het ook weten?” Sven knikt. “Het wordt zeker een meisje, net als Noa?” Kim schudt haar hoofd. “Nee, Sven. Het is een jongetje. We krijgen een zoon.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Het moment van besluiten is aangebroken.