Episode 89: Uit de koers

De bel gaat en Kim loopt nerveus naar de deur. Ze heeft de hele dag de tijd gehad om zich voor te bereiden op dit bezoek. Maar ze merkt dat ze er niet klaar voor is. Ze haalt diep adem en opent vervolgens de deur. Sven staat voor haar, licht leunend op zijn stok en met een bezorgde blik in zijn ogen. “Hallo,” zegt hij ongemakkelijk. “Hallo,” zegt Kim terug. Voordat ze verder kan, horen ze boven voetstappen. “Papa!” roept Noa blij van boven aan de trap. Zo snel als ze kan klautert ze de traptreden af en rent op Sven af. Instinctief knielt Sven neer om haar in zijn armen te nemen. Noa geeft hem een kusje op zijn wang. “Kom je weer hier wonen?” vraagt ze enthousiast. Sven kijkt haar aan met een klein glimlachje. “Nee, lieverd. Ik kom gewoon even langs om te kijken hoe het met jullie gaat.” Noa’s blije gezicht maakt direct plaats voor een hartbrekende uitdrukking. “Waarom kom je niet terug?” zegt ze met tranen in haar ogen. “Ben je boos op me?” “Nee, lieverd. Ik ben niet boos,” zegt Sven. “Maar… Er zijn dingen die ik moet doen. En dat kan ik alleen doen als ik hier niet ben.” Noa schudt haar hoofd. “Ik snap het niet,” zegt ze. Sven zucht. “Het is ook heel moeilijk,” zegt hij. “Maar je moeder en ik houden heel veel van je. En wat er ook gebeurt, we zijn niet boos op je. Geloof je dat?” Noa knikt. “Noa, papa en ik moeten praten,” zegt Kim. “Jij moet allang slapen.” Noa kijkt beschaamd naar haar voetjes. “Ik hoorde je op de telefoon met papa praten. Ik wilde hem zien.” Ze slaat zijn armen weer om Sven. “Wil je voor me zingen?” Sven kijkt Kim even aan. Ze knikt. “Goed dan, maar daarna moet je wel direct gaan slapen. Oké?” “Beloofd,” zegt Noa. Sven tilt haar op en draagt haar naar haar kamertje.

Kim zit op de bank terwijl ze alvast twee mokken koffie inschenkt. Ze werpt even een blik op een spiegel in de kamer. Ze ziet haar vermoeide spiegelbeeld en de pogingen om die vermoeidheid te verbergen met lichte make-up. Dn hoort ze boven hoe Sven op zijn oude gitaar Noa’s favoriete slaapliedje zingt. Ze schudt haar hoofd. Hou jezelf niet voor de gek, Kim, vermaant ze zichzelf. Die make-up heb je net zo goed op voor Sven. Voor de zoveelste keer vraagt ze zichzelf af hoe het verder moet tussen haar en Sven. Hij is niet over een scheiding begonnen. En zijn zelf ook niet. Maar ze leven nu al zo’n tijd apart en er is in die tijd ook het nodige tussen hen gebeurd… Misschien is het voor iedereen beter als we ermee stoppen, denkt ze.

Sven kijkt naar Noa terwijl ze vredig ligt te slapen. Hij strijkt een lok haar uit haar gezicht en geeft heel zacht een kusje op haar voorhoofd. Noa mompelt iets in haar slaap. Maar dan gaat ze weer stil liggen. Sven glimlacht en loopt zachtjes de kamer uit. Op de overloop ziet hij de deur van de kamer van Carmen. Hij aarzelt even of hij er naartoe moet gaan. Maar dan besluit hij van niet. Hij is gekomen om met Kim over Carmen te praten. Dus dat zal hij dan ook doen. Wanneer hij de kamer in loopt moet hij toch even slikken. Kim ziet er zo mooi uit. Een beetje moe en zorgelijk. Maar zelfs dat doet niets af aan het feit dat hij, ook al zijn getrouwd, nog steeds niet kan bevatten dat ze voor hem heeft gekozen. Niet dat ik haar ooit verdiend heb, denkt hij bitter. Hij zet de gedachte snel van zich af. Hij is hier om over Carmen te praten. Niet over hun relatieproblemen.

Kim gebaart Sven te gaan zitten. Sven neemt plaats en neemt een slok van zijn koffie. De warme bittere drank helpt hem om zijn hoofd weer helder te krijgen. “Hoe gaat het nu met Carmen?” vraagt hij. Kim zucht. “Niet goed. De dokters konden niets meer doen. Ze heeft een miskraam gekregen. Ze is er helemaal kapot van. Ze heeft afgelopen nacht nauwelijks geslapen. Nu ze eindelijk slaapt, moet ze goed uitrusten.” “Weet Noa er iets van?” vraagt Sven. Kim schudt haar hoofd. “Ik heb haar verteld dat Carmen ziek is en dat ze haar voorlopig met rust moet laten. Ze weet niet dat Carmen zwanger was. Dat hebben we zo lang mogelijk geheim willen houden.” Sven knikt. Maar dan aarzelt hij. “Die zwangerschap… is die gekomen door…” Zijn stem dwaalt af. Maar Kim beantwoordt zijn vraag. “Ja, het is gekomen door die verkrachting.” Sven balt zijn vuisten zo hard dat zijn knokkels wit worden. “Alexander! Waarom hebben jullie me dat nooit verteld?” “Hoe zou je gereageerd hebben?” kaatst Kim terug. Sven laat zijn hoofd zakken. “Ik weet het niet,” zegt hij. “Wij ook niet,” zegt Kim. “Maar Carmen vond dat dit kindje een kans verdiende, ondanks dat Alexander de vader was. Het was onschuldig.” Sven zucht maar knikt dan. “Dat zou mijn oom vast ook gevonden hebben. Hij had het liefst de hele familie bij elkaar gehad.” Kim kijkt verrast naar Sven. In al die jaren dat ze elkaar kennen heeft ze geleerd om door het pantser, dat hij om zich heen heeft gebouwd, heen te breken. Maar dat hij zich uit zichzelf zo kwetsbaar opstelt is zeldzaam. Voorzichtig legt ze haar hand op zijn schouder. Sven schrikt even, maar laat het toe. “Op de avond dat je me vertelde over… Melchior… toen had ik van Albert een boek gekregen dat mijn oom voor me gemaakt had.” “Wat voor een boek?” vraagt Kim. “Een boek met allemaal foto’s. Een voor mij en eentje voor zowel Nathalie als Alexander. Het was zijn hoop dat de familie weer bij elkaar zou komen.” Hij schudt droevig zijn hoofd. “Die wens is dus niet meer te vervullen. Alexander is dood. En nu is ook zijn kind, mijn eigen neefje of nichtje, er niet meer.” Kim
weet even niet wat ze moet zeggen. Ze leunt tegen Sven aan. “Sven, ik weet dat dit voor jou heel moeilijk is. Maar wat gebeurd is kunnen we niet meer veranderen. Maar misschien is het mogelijk om te behouden wat er nog is. We moeten er nu zijn voor Carmen. Nathalie verdient een stabiele omgeving als ze is afgekickt. En Noa mist je enorm. Ze wil je vaker zien.” “Dat wil ik ook allemaal,” zegt Sven. Hij aarzelt, maar dan stelt hij de vraag die hem al een tijd dwars zit. “En wat wil jij?” Kim slikt. “Wat bedoel je precies?” “Hoe zie jij de toekomst?” vraagt Sven. “Hij gebaart naar Kims buik. “Straks wordt ons tweede kindje geboren. Daar moeten we ook rekening mee houden.” Kim fronst haar wenkbrauwen. “Wil je soms suggereren dat we bij elkaar moeten blijven vanwege de kinderen?” Sven schudt zijn hoofd. “Ik wil gewoon weten wat je voelt. Ik blijf maar denken aan die zoen met Melchior. Ik was woedend toen ik het hoorde. Maar toen ik erover nadacht kwam ik telkens op hetzelfde uit. Ik heb je naar hem toe gedreven. Hij is een knappe vent en hij…” “Is een egoïstische kootzak,” valt Kim hem in de reden terwijl ze rechtop gaat zitten. “Ik dacht dat hij aardig was. Maar hij heeft mij gebruikt voor zijn carrière. Toen wij ruzie hadden gehad heeft hij mij getroost. Ik weet niet wat me overkwam. Maar ineens zoenden we. Ik had dat nooit moeten doen. Dat moet jij jezelf niet verwijten.” “Maar…” protesteert Sven. “Als we die ruzie niet hadden gehad. Een ruzie die door mij is ontstaan…” “Dan nog had ik dat niet moeten doen,” zegt Kim resoluut. Ze trekt aan Svens arm zodat ze elkaar recht in de ogen kijken. “Sven, ik denk dat we allebei fouten hebben gemaakt en elkaar veel pijn hebben gedaan. Ik wil dat niet meer. Ik wil dit achter me laten. Hoe dan ook. De vraag is alleen of we dit samen willen doen, of dat we apart verder gaan.” Sven slikt en wendt zijn ogen af. Maar Kim pakt zijn kin vast en dwingt hem om haar aan te kijken. “Sven, we kunnen zo niet verder. We moeten duidelijk stellen wat we willen.” Sven kijkt haar een tijdje aan. Zijn ogen worden vochtig. Dan knikt hij. “Je hebt gelijk,” zegt hij. “Maar ik weet nog niet of ik al kan zeggen wat ik voel. Ik ben niet boos meer. Maar ik heb zoveel gedaan dat ik mezelf niet kan vergeven. Ik weet niet of ik jou dat kan aandoen.” “Dat is ook mijn beslissing,” zegt Kim. “In dit geval misschien niet,” zegt Sven. “Ik heb de afgelopen tijd mijn slechtste kant ontdekt. Ik ben bang dat die weer naar boven komt als we het weer proberen. Ik wil je niet nog meer verdriet doen.” Kim kijkt hem aan met tranen in haar ogen. “En dit dan?” snikt ze. “Dit doet ook pijn.” Sven kan zijn ogen ook niet meer droog houden. “Maar als we bij elkaar blijven, dan doe ik je misschien nog meer pijn. Ik weet niet of ik je dat kan aandoen. Het spijt me.” Hij wil opstaan, maar Kim grijpt zijn handen vast. “Sven, neem niet een impulsief besluit. Als je het niet zeker weet, beloof me dan dat je hierover nadenkt. Neem dan je besluit. Niet omdat ik je nu voor het blok zet. Wat je dan besluit zal ik accepteren.” Sven aarzelt. Maar dan knikt hij. “Goed dan. Ik zal het proberen om uit te vinden wat ik voel.”

Volgende keer in Burning Ambition:
Ieders gedachten zijn gericht op wat er niet is.

CopyRight (C) 2009 - 2011 - Jeske & Patrick-M
Elke overeenstemming met bestaande personages berust op toeval.
De gebruikte foto's zijn alleen gebruikt ter vermaak van de lezer
en heeft op geen enkele manier te maken met de afgebeelde persoon.
Wij streven er naar om alle rechten te controleren,
mocht u materiaal tegen komen wat van u is,
dan kunt u contact met ons opnemen
waarna wij dit materiaal van de site kunnen verwijderen.