Episode 88: Schipbreuk lijden in het zicht van de haven (winterstop)
Thijs luistert geboeid naar de lezing van professor Hardesky. Zijn nieuwste opvattingen over groepsgedrag in wolvenroedels doet hem denken aan de tijd dat hij nog ranger was en naar de lessen van zijn ouders luisterde. Hij werpt even een blik op Sven die naast hem zit. Hij kijkt genietend naar Hardesky. Thijs begrijpt het wel. Hardesky heeft ervoor gezorgd dat Sven ranger kon worden. Als dat niet was gebeurd dan hadden ze hier vast niet gezeten. Hardesky besluit zijn betoog en de zaal applaudisseert. Thijs en Sven volgen hun voorbeeld. “Ik geef u nu de gelegenheid om vragen te stellen,” zegt Hardesky in zijn lichte Amerikaanse accent. Tijdens het vragenuurtje houden Thijs en Sven zich eerst stil. Hun vragen zijn niet voor ieders oren bestemd. Maar om de aandacht van Hardesky te trekken, moeten ze wel opvallen. Dus uiteindelijk staat Sven op om ook een vraag te stellen. Vanaf een afstandje is het moeilijk te zien. Maar er lijkt een blik van herkenning op het gezicht van Hardesky te komen wanneer Sven zijn vraag stelt.
Melchior loopt het studioterrein af. Het is een zware week geweest. Kim is er uiteindelijk met directie uitgekomen. Ze stopt per direct. Dat voorkomt in ieder geval de confrontatie met haar op de werkvloer. Maar als hun zoen alsnog uitkomt, dan kan dat alsnog nare gevolgen hebben voor zijn carrière. In gedachten verzonken loopt hij een auto voorbij. Het raampje wordt naar beneden gedraaid en er klinkt een discreet kuchje dat hem weer terug in het hier en nu brengt. Hij draait zich om en ziet Sindie achter het stuur zitten. “Wat doe jij hier?” vraagt hij voorzichtig. “Ik dacht dat je…” “We moeten praten,” onderbreekt Sindie hem. Ze kijkt schichtig rond. “Maar niet hier.” Ze gebaart naar de lege stoel naast haar. Melchior schudt zijn hoofd. “Het is in je eigen belang dat je luistert naar wat ik te zeggen heb,” zegt Sindie terwijl ze hem strak aankijkt. Er loopt een rilling over Melchiors rug bij die woorden. Het bevalt hem niets. Maar hij kan maar beter het spelletje mee spelen. Met een zucht stapt hij in. Sindie rijdt direct weg.
Hardesky bergt zijn spiekbriefjes op. Hij ziet de twee jonge mannen uit het publiek naar hem toe komen. Normaal gesproken heeft hij na een lezing en het vragenuurtje geen behoefte aan nog meer gepraat. Maar een van de twee jonge mannen heeft zijn interesse gewekt. “Sven Vogelaar,” zegt hij zodra de mannen bij hem zijn. Hij schudt Sven enthousiast de hand. “Hoe lang is dat nou geleden?” “Een jaar of zes, zeven, professor,” zegt Sven. Hardesky schudt zijn hoofd. “Waar blijft de tijd? Hoe gaat het nu met je?” “Goed,” zegt Sven snel. Maar Hardesky vermoedt dat hij iets achter houdt. “Ik wil u aan iemand voorstellen,” zegt Sven. “Dit is Thijs Berenger. Ik heb samen met hem en Nigel Bendorff de rangeropleiding gevolgd.” Hardesky glimlacht en schudt Thijs de hand. “Goed om te zien met wat voor mensen Nigel heeft gestudeerd. Ik heb al lang niets van hem gehoord. Maar ik heb alle vertrouwen in hem. Maar dat is vast niet waarom jullie hier zijn?” Thijs kijkt verbaasd naar Sven. “De professor is altijd erg opmerkzaam geweest,” zegt hij schouderophalend. “U heeft gelijk,” zegt Thijs dan. “We wilden u eigenlijk iets vragen en u een voorstel doen.” Hardesky is geïntrigeerd door de directheid van Thijs. Hij gebaart dat ze hem moeten volgen.
“Waarom wilde je me nou zo stiekem spreken?” vraagt Melchior nadat Sindie hem een tijdje stil heeft rondgereden. Sindie neemt een afslag en parkeert de auto in een stille straat. Ze kijkt Melchior aan. “Ik wil het met je hebben over mijn terugkeer bij de studio,” zegt ze. “Je bent op non-actief gesteld,” zegt Melchior. “En dat blijft zo totdat iemand anders bepaalt dat ik weer aan de slag kan,” zegt Sindie zuur. “Dat slaat nergens op.” “Daar denkt de directie blijkbaar anders over,” zegt Melchior. “Dan mogen jij en Kim ze van het tegendeel overtuigen,” zegt Sindie. Melchior is even overdonderd. Maar dan begint hij te lachen. “Dan heb je de verkeerde voor je. Kim is weg bij de studio. En gezien hoe onze samenwerking is verlopen, denk ik niet dat de directie mijn steun aan jou als overtuigend zal beschouwen.” Sindie glimlacht. “Dus Kim is weg? Mooi zo. Dan kan zij me in ieder geval niet in de weg staan in hoe ik de dingen gedaan wil krijgen. Maar jij.. Je bent vindingrijk. Je verzint vast wel iets om mij weer aan het werk te krijgen. Je bent toch niet vergeten dat ik weet van jouw onderonsje met Kim? Als je niet wilt dat dit bekend wordt…” Melchior wordt rood. Hij wil uitstappen. “Denk je eens in wat dit voor je carrière betekent,” zegt Sindie. Melchior gaat weer rechtop in zijn stoel zitten. Hij zucht en kijkt Sindie lang aan. “Wat wil je dat ik doe?” vraagt hij met opeengeklemde kaken.
“Jullie voorstel is interessant,” zegt Hardesky. “Maar ik ben bang dat ik jullie niet kan helpen met de financiën. Door de crisis houden veel sponsors de hand op de knip. Ik heb zelf met veel moeite sponsors gevonden voor mijn eigen research. Ik kan wel wat rondvraag doen. Maar ik geef jullie weinig kans.” Thijs en Sven zuchten zacht. “Ik weet dat het niet is waar jullie op hoopten,” zegt Hardesky. “Maar ik raad jullie aan om het niet op te geven. Jullie hebben een goed plan. En ik heb wel wat ideetjes hoe het nog beter kan worden.” “We staan open voor suggesties, professor,” zegt Sven gretig. “Hebben jullie ook nagedacht over uitgestorven dieren in jullie documentaire?” vraagt Hardesky. Thijs en Sven schudden hun hoofd. “Ook door het verleden te bestuderen kun je veel leren over de natuur en de evolutie tot de soorten die er nu zijn,” zegt Hardesky. “Mijn zoon is paleontoloog. Ik denk dat hij graag zou meewerken aan jullie documentaire om meer uitleg te geven over uitgestorven leven.” “Heeft u een zoon?” vraagt Sven verbaasd. “Ik had altijd begrepen dat u veelal in het veld werkte en geen tijd had voor een gezin.” Hardesky glimlacht om het feit dat Sven blijkbaar het een en ander over hem heeft gehoord. Maar dat laatste is ook niet algemeen bekend. “Ik wist het zelf eerst ook niet,” zegt hij dan. “Maar ik heb een zoon. En daar ben ik heel dankbaar voor. Mijn leven in de natuur is prachtig. Maar ik merk dat ik een normaal gezinsleven toch graag had willen ervaren. Ik heb mijn zoon pas leren kennen toen hij al volwassen was. Ik zal het altijd betreuren dat ik hem nooit heb zien opgroeien.” Thijs en Sven kijken elkaar aan. Nu weet Hardesky zeker dat beide jonge mannen meer op hun kerfstok hebben dan ze laten blijken. Maar hij heeft geleerd dat zulke dingen op hun eigen tijd worden afgehandeld. “Maar naast dat ik aan Daniël zal vragen of hij wil meewerken, zal ik ook steun vragen van andere mensen die ik ken en vertrouw. En zelf wil ik best aan dit project meewerken, als het lukt om de financiën rond te krijgen. Wanneer jullie dergelijke toezeggingen hebben, dan zal het vinden van fondsen wellicht eenvoudiger worden.” De gezichten van Thijs en Sven klaren op. “Alle hulp is van harte welkom,” zegt Thijs. “Dank u dat u dit wilt proberen, professor,” zegt Sven. “Ik kan natuurlijk niets beloven,” waarschuwt Hardesky. Maar ik zal zien wat ik voor jullie kan doen.” Ze schudden elkaar de hand. Na nog wat informatie te hebben uitgewisseld, gaat ieder van hen hun eigen weg. Maar met meer hoop dan ze eerst hadden.
“Hoe lang nog?” vraagt Noa terwijl ze Kims buik aanraakt. Kim houdt een aantal vingers omhoog. “Zoveel weken nog.” “Hoeveel nachtjes slapen is dat nog?” vraagt Noa. Kim Beweegt met haar vingers om het geschatte aantal dagen te laten zien. Noa schudt haar hoofd. “Dat is nog héél lang.” Kim glimlacht. “Ja. Maar de tijd gaat snel hoor. Je broertje of zusje is er voor je het weet.” “Zusje!” zegt Noa. “Geen broertje.” Kim glimlacht weer. “Dat weten we niet zeker,” zegt ze. “Waarom niet?” vraagt Noa. Kim denkt even na. Ze had het geslacht kunnen opvragen bij de dokter. Maar de vorige keer wilden zij en Sven zich laten verrassen. Maar nu hebben ze niet de kans gehad om het erover te hebben. “Het is een verrassing voor ons allemaal,” zegt ze. “Net zoals de cadeautjes die je van Sinterklaas kreeg.” “Noa trekt een pruillipje. “Ik heb niet het cadeau gekregen dat ik wilde,” zegt ze. “Wat was dat dan?” vraagt Kim, hoewel ze het antwoord wel kan raden. “Dat papa weer thuis komt wonen,” zegt Noa. Kim zucht. “Er zijn wensen die zelfs Sinterklaas niet kan vervullen,” zegt ze. “Maar komt papa dan niet meer thuis?” vraagt Noa. “Ik hoop het wel,” zegt Kim. “Ik mis hem,” zegt Noa. “Ik ook,” zegt Kim. Dan hoort ze een schreeuw en een bons uit de badkamer komen. Ze rent er direct naartoe.
Carmen zet de douche aan. Ze voelt zich ziek. De ochtendmisselijkheid heeft keihard toegeslagen. Ze moest direct haar kleren in de was gooien, de vloer dweilen en douchen omdat ze de wc niet op tijd haalde. Ze voelt hoe haar maag zich samentrekt. Ze buigt voorover van de pijn. Ze ziet tot haar grote schrik hoe bloed zich vermengt met het douchewater. Dan beseft ze het haar baarmoeder is, en niet haar maag, die zich samentrekt. Ze schreeuwt het uit van pijn en ellende. Met niet genoeg kracht om op haar benen te blijven staan, zakt ze huilend in elkaar.
Volgende keer in Burning Ambition:
Er valt heel wat uit te leggen.