Episode 81: Dat gaat door merg en been
Sven zit, samen met Albert, ongemakkelijk te wachten in de wachtruimte van de notaris. Het verbaast hem dat Nathalie er niet is. Albert had hem niets over de details van het gesprek verteld, maar hij had wel laten doorschemeren dat zij ook was uitgenodigd. “Waarom is er ze er niet?” vraagt hij zachtjes aan Albert. Die schudt enkel zijn hoofd. De notaris komt uit zijn kantor en loop naar hen toe. Na een korte introductie volgen ze hem zijn kantoor in. Ik moet straks toch maar met haar gaan praten, denkt hij.
De laatste meubels worden in de vrachtwagen geladen. Ramon kijkt naar meneer Boucher. Die staat er verslagen bij. Anatevka is een paar dagen geleden vertrokken en heeft niets meer van zich laten horen. Het faillissement is inmiddels een feit. Alles is in beslag genomen, en meneer Bouscher heeft geregeld dat hij, in ieder geval tijdelijk, bij familie terecht kan. De vrachtwagen rijdt weg. Ramon overhandigt meneer Bouscher een stapel papieren. “Bedankt voor je inzet, Ramon,” zegt meneer Bouscher. Vervolgens loopt hij, vermoeid slenterend, de laan uit. Zodra hij de hoek is, komt een wagen, die aan de overkant geparkeerd stond, in beweging. De auto stapt naast Ramon. Hij stapt snel in. Anatevka kijkt hem grijnzend aan. “Heb je genoten van het uitzicht?” vraagt Ramon. Anatevka geeft hem antwoord door hem te zoenen. “Het is ons gelukt,” zegt ze stralend. “We hebben papa samen ten val gebracht. En nu gaan we samen van onze beloning genieten.” Ramon grijnst. “Ik heb een prachtig huisje gevonden op en plek waar niemand ons zal storen.” Anatevka zoent hem opnieuw. “Laten we dan maar direct gaan. Ik wil hier weg.” Ze zet de auto in beweging. Zonder nog om te kijken, of iets te geven om wat ze hebben gedaan, verlaten ze de stad.
Kim zit net bij Carmen als de arts binnen komt. “Juffrouw el Tiburón, ik heb zojuist de testuitslagen ontvangen.” De arts kijkt daarbij even opzij naar Kim. “Ik wil dat ze erbij blijft,” zegt Carmen. “Zoals u wilt,” zegt de arts. Hij werpt nog even een blik op de status. “U heeft geluk gehad, in de zin van dat u bij het ongeluk geen intern letsel heeft opgelopen. De verwondingen aan uw armen genezen goed. Er zullen alleen wel littekens zichtbaar blijven.” Carmen zucht. Zichtbare herinneringen aan deze gebeurtenis is niet iets waar ze op zit te wachten. Maar voor hetzelfde geld was ze zwaarder verwond, of dood. Ze mag dus eigenlijk nog van geluk spreken. De arts gaat verder. “We hebben ook bloedtests gedaan op SOA’s en HIV om dat er sporen waren van verkrachting.” “En?” vraagt Carmen angstig. “Alle tests kwamen negatief terug.” Carmen zucht nu van opluchting. Kim knijpt in haar hand. “Maar… we hebben wel geconstateerd dat u zwanger bent,” vervolgt de arts. Carmen trekt wit weg. “U hebt uiteraard verschillende mogelijkheden, gezien wat er gebeurd is,” zegt de arts. “Daar wil ik over nadenken,” zegt Carmen. “Natuurlijk,” zegt de arts. “Als u vragen heeft, dan kunt u die altijd stellen. Vervolgens loopt hij de kamer uit. Carmen wil overeind komen, maar Kim houdt haar tegen. “Rustig, probeer kalm te blijven.” “Kalm? Hoe moet ik dat dan doen?” huilt Carmen. “Dat monster heeft mij verkracht en heeft daarbij iets van zichzelf in mij achter gelaten. Wat moet ik daarmee doen?” “Ik weet het niet,” zegt Kim, terwijl ze Carmen omhelst. “Beloof me iets,” zegt Carmen. “Niemand mag hier iets van weten.” “Maar…” begint Kim. Ze laat Carmen los om haar aan te kunnen kijken. Door de tranen heen ziet ze vastberadenheid. “Niemand,” benadrukt Carmen. “En zeker Sven en Nathalie niet.” Kim slikt zichtbaar. Maar dan knikt ze.
Nathalie voelt haar hoofd bonzen. Langzaam doet ze haar ogen open en knippert tegen het licht. Dan beseft ze dat het gebons maar deels afkomstig is van haar hoofd. Er staat iemand op haar deur te bonzen. Ze wankelt uit bed en navigeert door de rommel in haar appartement. Ze open de deur een klein stukje. “Sven? Wat doe jij hier?” Sven kijkt ernstig. “We moeten praten,” zegt hij. “Waarover?” vraagt Nathalie, terwijl ze probeert om het bonzen in haar hoofd te negeren. “Mag ik misschien binnen komen?” vraagt Sven. “Nee!” zegt Nathalie snel. Maar voordat ze de deur dicht kan doen, zet Sven zijn voet er tussen. “Waar denk jij dat je mee bezig bent?” roept Nathalie kwaad terwijl ze de deur open rukt. Sven kijkt verbaasd het appartement rond. “Waar ben jij in vredesnaam mee bezig? Is hier soms een orkaan geweest?” Nathalie kijkt even over haar schouder. Over liggen kleren nonchalant over meubilair geworpen, samen met etensresten en gebroken flessen en glazen. “Dat gaat jou niets aan,” zegt ze. “O, nee?” zegt Sven ongelovig. “Nee!” zegt Nathalie scherp. Ze geeft Sven een duw en smijt dan de deur hard dicht. Maar voordat de deur dicht kan klappen, voelt ze weerstand. Er klinkt een scherp gekraak, gevolgd door een schreeuw van Sven en een luide bons. Een ogenblik lang ziet ze in paniek helemaal niets. Dan rukt ze verschrikt de deur weer open. Sven ligt met een pijnlijk gezicht op de grond, terwijl hij naar zijn hoofd grijpt en richting zijn been graait. Ze kijkt doodsbang naar zijn been, terwijl de tranen in haar ogen springen. Door de tranen kan ze weinig zien. Maar ze kan niets aan het been ontdekken. Dan ziet ze de stok van Sven. Die ligt in twee stukken. Losse splinters liggen verspreid door de gang. “Sven?” vraagt ze angstig. Sven krabbelt overeind. Hij zoekt steun tegen de muur. “Het gaat wel,” mompelt hij. “Ik heb alleen mijn hoofd gestoten.” Nathalie barst in snikken uit. “Sven kijkt haar verbaasd aan.” “Hé, ik ben in orde hoor.” Nathalie slaat haar handen voor haar ogen. “Maar dat had net zo goed niet zo kunnen zijn,” snikt ze. “Wat is er met je aan de hand?” vraagt Sven. “Ik weet het niet,” snikt Nathalie. Sven slaat een arm om haar schouder. “Laten we erover praten,” zegt hij. Nathalie knikt bedeesd.
Nathalie zet Sven een glas water voor en reikt hem een washandje met ijsblokjes aan. Sven houdt het kompres tegen zijn achterhoofd. Hij kijkt het keukentje rond. “Hoe lang drink je al?” vraagt hij zonder omhaal. Nathalie slikt. “Een paar maanden,” weet ze zachtjes uit te brengen. “Tijdens het uitgaan werd er veel gedronken. En toen ik mijn baan verloor hielp het me om me minder rot te voel…” “Wacht!” onderbreekt Sven haar. “Ben je je baan kwijt?” Nathalie knikt. Met horten en stoten vertelt ze hem over het uitgaan met Anatevka. Haar ‘relatie’ met Melissa. Haar nacht met John Drageen en de confrontatie die daarop volgde. “En nu staat het zelfs in de bladen,” zegt ze. Ze toont Sven een artikel. Sven bekijkt de titel. “Producent failliet na wangedrag van danseres,” leest hij. In het artikel leest hij wat Nathalie hem heeft verteld, maar dan vanuit het perspectief van meneer Bouscher, John Drageen en Anatevka. Hoewel hij alleen Anatevka kent, weet hij wel dat de anderen ook alleen hun eigen belangen hebben gediend in dit artikel. “Ik geloof je,” zegt hij. Nathalie kijkt hem door haar tranen aan. “Echt?” vraagt ze. “Heb je, nadat je die John Drageen een klap hebt gegeven, nog iets van Anatevka of Melissa gehoord?” Nathalie schudt haar hoofd. Dan barst ze weer in tranen uit. “Ze hebben me misbruikt,” zegt ze. “Anatevka deed of ze mijn vriendin was. En Melissa leverde het makkelijke seks op. Ik dacht dat ze mijn vriendinnen waren.” Sven slaat zijn armen om haar heen. “Neem het jezelf niet zo kwalijk,” zegt hij. “Dat doe ik wel!” zegt Nathalie, tewijl ze Sven wegduwt. “Ik had beter moeten weten. Ik ben al eens in mooie praatjes getrapt. En toen raakte ik verslaafd aan drugs…” Dan pas dringt de waarheid echt tot haar door. “Sven… ik ben verslaafd. Ik heb hulp nodig.” Sven omhelst haar weer. Nathalie laat haar tranen stromen. “Ik zal je helpen waar ik kan,” zegt Sven. “Maar ik denk dat je ook professionele hulp nodig hebt.” Nathalie slikt. “Oké…” geeft ze dan toe. “Ik ga naar een afkickkliniek.”
Volgende keer in Burning Ambition:
De een komt, de ander gaat.