Episode 79: Edel arm en rijk maakt de dood gelijk
Sven kijkt zwijgend toe hoe de kist van Alexander in het graf wordt getakeld. Hij richt zijn blik op de enige andere persoon die is op komen dagen voor de begrafenis: Sindie. Ze staart naar de kist met een gezichtsuitdrukking die hij niet goed kan plaatsen. Is het nou opluchting dat hij ziet? Of voldoening? Sindie merkt zijn gestaar op. Hun blikken kruisen elkaar. Op haar lippen speelt een vreemde glimlach. Sven fronst verbaasd zijn wenkbrauwen. Sindie richt haar blik weer op het graf. Vervolgens loopt ze, zonder iets te zeggen, weg. Sven schudt zijn hoofd. Dat er bijna niemand is gekomen verbaast hem niet. Alexander heeft zich niet geliefd gemaakt. Nathalie wilde niet eens komen. Hoewel hij ruzie met haar heeft, kan hij haar wel begrijpen. Maar toch… ondanks alles vindt hij toch dat hij zelf niet kon wegblijven. Hij pakt een schepje en werpt een beetje aarde op de kist. “Waren we maar onder andere omstandigheden opgegroeid… broer.” Hun vader had hen beide gemanipuleerd, zodat ze nooit als echte broers waren opgegroeid. Ondanks dat hij zijn broer altijd heeft gehaat om wie hij was en wat hij heeft gedaan… moet hij toch, in het geheim, aan zichzelf, toegeven dat hij om hem zal treuren. “Vaarwel,” zegt hij. Dan hinkt hij op zijn stok weg. Hij heeft één begrafenis gehad. Morgen wacht hem nog een tweede.
De kist van Arnout wordt in zijn graf getakeld. Kim kijkt langs de vele mensen, oude militaire officieren en andere hoogwaardigheidsbekleders, naar Sven. Hij leunt op zijn stok en staart met een strak gezicht naar de kist. Kon ik zijn ogen maar zien, denkt ze. Dan zou ik nog kunnen zien wat hij voelt. Svens gezicht is soms lastig te peilen qua emoties, maar zijn ogen verraden hem altijd. Ze kijkt even de andere kant op. Nathalie staat op een afstandje. Ze ziet er nogal verwaarloosd uit en kijkt wanhopig en een beetje angstig naar Sven. Zelfs nu is de familie niet één in het verdriet, denkt Kim. De afscheidswoorden zijn gesproken en een voor een werpen de mensen een beetje aarde in het graf. Wanneer het de beurt van Kim is, kan ze haar tranen niet bedwingen. Ze werpt met veel moeite wat aarde in het graf. Vervolgens haast ze zich naar Sven. Ze gaat naast hem lopen. Sven merkt haar op en kijkt haar aan. Nu ziet ze de gekwelde blik in zijn ogen. Zelfs als ik het wilde, dan kan ik hem niet vertellen dat ik met Melchior heb gezoend, denkt ze. Dat zal hem breken. “Sven… ik… ik vind het zo erg voor je. Alles is…” Sven schudt zijn hoofd. “Jij kunt er niets aan doen,” zegt hij. Kim legt haar hand op zijn schouder, zichzelf hatend om wat ze gedaan heeft. “Sven… Wat er ook is gebeurd… kunnen we erover praten? Kunnen we niet…?” Sven zucht. “Kim, ik weet niet goed wat ik nu moet doen en voel. Arnout was mijn oom. Maar hij was meer een vader voor me dan mijn echte vader ooit was. En dat heb ik nooit tegen hem gezegd. Ik had ruzie met hem toen hij stierf. Ik heb tot nu toe alles kapot gemaakt door mijn woede. Ik weet niet of ik dat naast me neer kan leggen, of dat ik er ooit vanaf kom.” “Zeg dat niet,” zegt Kim. “Je hebt je buien. Maar je bent geen slecht mens. En ga jezelf dat niet wijsmaken. Ik weet hoe je bent.” “Je wist hoe ik was,” zegt Sven. “Ik weet het momenteel zelf niet. Ik voel me leeg. Ik ben niet meer wie ik was. Kim… het spijt me. Maar ik kan dit niet. Niet nu.” Kim krijgt weer tranen in haar ogen. Het liefst zou ze het hier ter plekke uitpraten. Maar uit respect voor Arnout doet ze dat niet. Niet hier. Niet nu. Ze veegt de tranen uit haar ogen en kijkt Sven weer aan. Zijn ogen staan droevig. Ze heeft hem niet kunnen overtuigen. Daar is hij te koppig voor. En in de staat zoals hij nu is, krijgt ze het misschien wel helemaal niet voor elkaar. Ze reikt naar haar buik, waarin hun tweede kindje groeit. En dan denkt ze aan Noa. Wat voor leven zullen hun kinderen op deze manier krijgen? Daar wil ze niet aan denken. Hoewel ze het moment waarop dat wel moet, waarschijnlijk niet lang meer kan uitstellen.
Nathalie kijkt vanaf een afstandje toe. Arnout was de enige die misschien nog had in kunnen praten op Sven en Carmen. Maar nu is hij dood. En daarmee is haar kans om het goed te maken ook verkeken. Ze kijkt hoe Sven met Kim praat. Ze weet dat hij haar heeft gezien. Carmen is er uiteraard niet. Die ligt nog steeds in het ziekenhuis, te herstellen van haar verwondingen. Dat is het enige dat ze te weten gekomen is. Ook haar durft ze niet onder ogen te komen. Met tranen in haar ogen loopt ze de begraafplaats af. Ze neemt de bus naar haar appartementje. Daar aangekomen sluit ze de deur en draait hem op slot. Ze loopt naar het keukentje. Daar stapt ze over gebroken flessen en gemorst eten heen. In de kasten rommelt ze eventjes totdat ze heeft gevonden wat ze zoekt: een ongeopende fles wodka. Ze pakt een groot glas en schenkt het rijkelijk vol. Ze nipt eerst van haar drank, maar neemt dan een flinke slok. De warmte van de drank spoelt haar ellende weg. Voldaan neemt ze nog een slok. Bedwelmd baant ze zich, door de rommel, een weg naar haar lege bed.
Volgende keer in Burning Ambition:
Er wordt keihard uitgehaald.