Episode 75: Oud zeer open krabben
“Ontsnapt?” herhaalt Kim ongelovig. “Hoe?” “Dat zeiden ze niet,” zegt Sven. “Ze zijn nog aan het onderzoeken hoe het precies heeft kunnen gebeuren. De politie belde net voordat jij thuis kwam. Ze zijn naar hem op zoek. Maar tot nu toe nog geen spoor.”
Nathalie en de andere danseressen verzamelen zich in de foyer. De producent en Anatevka staan tegenover hem. “Morgenmiddag na de voorstelling is er een galafeest waar ik jullie bij wil hebben,” zegt hij. “Er komen diverse potentiële sponsors en producenten die mogelijk interesse hebben om de show ook in het buitenland te laten verschijnen.” De danseressen beginnen enthousiast door elkaar heen te praten. De producent gebaart dat ze stil moeten zijn. “Ik verwacht van jullie allemaal dat jullie op je best zijn. Dit is een belangrijke deal voor ons allemaal. Als dit een succes wordt, dan kunnen we de show voortzetten en hebben jullie vele nieuwe mogelijkheden voor jullie carrière.”
Anatevka loopt naar Nathalie toe. “Ik denk dat we vanavond maar beter niet uit kunnen gaan,” zegt ze. “Je moet morgen topfit zijn.” Nathalie knikt. “Dan ga ik vroeg naar bed. Dan kan ik me morgen helemaal geven.” “Daar twijfel ik niet aan,” zegt Anatevka. “Tot morgen dan,” zegt Nathalie. “Tot morgen,” zegt Anatevka. Nathalie loopt weg. Anatevka kijkt haar na. Dit gaat perfect, denkt ze. Ze vermoedt niets. Morgen gaat het gebeuren. Als het klopt wat ik denk, dan zal ik morgen krijgen wat ik wil. Ze kijkt even schichtig in het rond. Dan kan ik eindelijk wreken wat ik door jou heb moeten doorstaan, Natascha.
Nathalie loopt over straat wanneer ze een SMS ontvangt. Het is van Kim.
ALEXANDER IS ONTSNAPT. PAS OP.
Nathalie kijkt angstig om zich heen. Ze maakte zich al zorgen over die man met wie naar bed was gegaan. Het kan toeval zijn dat hij in het theater naar haar zat te kijken. Maar de manier waarop hij keek… dat bezorgt haar de rillingen. Dadelijk blijkt hij een stalker te zijn. En nu is Alexander ook op vrije voeten. Met het onbehaaglijke gevoel dat ze in de gaten wordt gehouden, loopt ze snel door.
“Wat wil je nu gaan doen?” vraagt Kim terwijl ze haar telefoon opbergt. Sven zucht. “Ik weet het niet. Maar ik denk dat Alexander iets gaat uithalen. Ik weet alleen niet wat. Of hoe. Maar hij zal komen.” “Draaf je nou niet een klein beetje door?” vraagt Kim. “Sven schudt zijn hoofd. “Ik voel het,” zegt hij. “We moeten ons voorlopig gedeisd houden, totdat Alexander is gevonden.” “Dat is belachelijk,” zegt Kim. “We weten niet eens of Alexander wel iets met ons van plan is.” “We moeten voorzichtig zijn,” zegt Sven. “Mee eens,” zegt Kim. “We moeten geen risico’s nemen. Maar ik ga mezelf niet van de rest van de wereld afsluiten. Ik heb mijn werk. Ik heb verplichtingen.” “Je hebt ook verplichtingen aan ons kindje,” zegt Sven. Kim kijkt hem fel aan. “Begin daar niet weer over,” zegt ze boos. “Dat ik zwanger ben wil niet zeggen dat je me bezit of ineens alles voor mij kunt bepalen.” “Ik wil alleen maar mijn gezin beschermen,” zegt Sven. “Dat snap ik,” zegt Kim. “Maar ik kan niet weer zomaar mijn werk laten liggen.” “Waarom niet?” werpt Sven tegen. “Het is niet dat je per se hoeft te werken, toch?” “Wat bedoel je daar mee?” vraagt Kim scherp. “Niets,” zegt Sven snel. “Nee,” zegt Kim. “Nu wil ik het horen.” “Daar gaat het nu niet om,” zegt Sven. “Het gaat om onze veiligheid.” “Dat geeft je nog niet het recht om voor mij alles te bepalen,” zegt Kim. “Dat doe ik ook niet,” zegt Sven. “Ik wil gewoon dat je verstandig bent.” Kim kijkt hem aan. “Wat is er toch met jou aan de hand?” vraagt ze. “Zo heb je nog nooit gepraat.” “Dit zijn ook vreemde omstandigheden,” zegt Sven. “Maar ik wil niet machteloos toekijken hoe alles verloren gaat. Ik ben al teveel kwijt.” “Ik weet dat het je zwaar treft wat er allemaal is gebeurd,” zegt Kim. “Alexander, Nathalie… je werk…” Nu kijkt Sven fel op. “Alles gebeurde omdat ik niet sterk genoeg was om het tegen te houden,” zegt hij. “En daardoor ik totaal nutteloos geworden. Ik kan Noa niet eens achterna rennen. Ik kan niet werken terwijl jij een geweldige baan hebt, die je niet eens nodig hebt omdat je een klein fortuin bezit. Dat doet pijn, Kim. Weten dat anderen niet van je op aan kunnen.” Kim kijkt Sven aan alsof hij gek geworden is. Dan wordt ze kwaad. “Denk je dat?” sist ze woedend. “Ik reken iedere dag op je, Sven. Niet omdat je geld zou verdienen voor ons gezin. Of om ons te beschermen. Ik reken op je omdat je me altijd steunt. Omdat je altijd een goede vader bent geweest voor Noa, ondanks je angst dat je geen goede vader kon zijn vanwege jouw eigen ouders. Maar nu zie ik niets meer van dat alles. Je hebt je dochter bang gemaakt. En nu probeer je voor mij te bepalen wat goed voor me is. Zo ken ik je niet, Sven. In die kelder is duidelijk meer gebroken dan alleen je been.” Sven hijst zich op aan zijn stok. In zijn ogen smeult een gevaarlijk vuur. Kim neemt uit reflex een gevechtspositie aan. “Wou je me slaan?” vraagt Sven. “Als ik je daarmee wat verstand in kan rammen,” zegt Kim. “Je meent het nog ook!” snauwt Sven. “Zou je een invalide slaan?!” “Zou jij een zwangere vrouw slaan?!” kaatst Kim terug. “Ik zie het in je ogen, Sven!” Dan begint Noa boven te huilen. Sven staart Kim aan. Het vuur verdwijnt uit zijn ogen. In plaats daarvan verschijnt er schaamte en verslagenheid. “Het is duidelijk dat je mij niet nodig hebt, zegt hij.” Hij hinkt weg van Kim en pakt zijn telefoon. “Wat ga je doen?” vraagt Kim. “Even iets regelen,” zegt Sven. “Jij kunt maar beter even naar Noa gaan.” Kim kijkt Sven vreemd aan. Maar dan knikt ze en loopt naar boven.
“Waarom schreeuwen jij en papa?” vraagt Noa. Kim zucht. “Papa en mama hebben wat problemen,” zegt ze. Maar we houden allebei heel veel van je,” probeert ze Noa gerust te stellen. “Komt het goed?” vraagt Noa. “Ik hoop het,” zegt Kim. Ze streelt Noa door haar haren en geeft haar een kus op haar voorhoofd. “Ga maar weer lekker slapen. Je hoeft je nergens zorgen over te maken.” “Oke,” geeuwt Noa. Kim wil nog wat zeggen. Maar Noa is alweer in slaap gevallen. Kim glimlacht en loopt de kamer uit. Wanneer ze de trap afloopt, hoort ze een auto over het grind rijden. Ze doet de deur open en ziet een taxi wegrijden. Sven zit naast de chauffeur. Kim gebaart dat ze moeten stoppen. Maar de taxi slaat de hoek al om. Kim draait zich om en loopt de kamer in om haar spullen te pakken. Dan ziet ze een kort briefje op tafel liggen. Ze herkent het handschrift van Sven.
Kim,
Het spijt me. Ik ben te ver gegaan. Ik ga weg, omdat ik vermoed dat Alexander op mij uit is en niet op jullie. Wanneer je toch besluit om hulp te zoeken, ga dan naar Arnout. Ik moet dit in mijn eentje uitvechten. Misschien kan ik daarna terug komen.
Liefs, Sven.
“Nee,” fluistert ze. Dat was niet wat ze wilde. Ze staart naar het briefje. Zulke simpele woordjes met zo’n zware betekenis. “Hoe kun je dit nou doen, Sven?” Boos verfrommelt ze het briefje in haar hand.
Volgende keer in Burning Ambition:
Overal slaat het onheil toe.