Episode 71: Waar gehakt wordt vallen spaanders

“Het spijt me Sven,” zegt de directeur. “Gezien je huidige lichamelijke conditie, kun je niet meer ingezet worden als dierenverzorger.” Sven omklemt zijn stok hard. Hij had dit gesprek wel verwacht. Maar toch wil hij niet geloven dat door één stomme val, hij niet meer kan doen wat hij leuk vindt. “Ik ben nog aan het revalideren,” zegt hij. “Volgens mijn therapeute kan ik misschien in de toekomst zonder stok lopen.” “Ik raad je ook zeker aan om daaraan te werken,” zegt de directeur. “Maar dan nog zul je nooit meer kunnen lopen als vroeger. Toch?” “Nee,” zucht Sven. “Ik zal altijd mank blijven lopen.” “Dat bedoel ik, Sven,” zegt de directeur. “Ik wil je niet kwijt. Maar we zullen op zoek moeten naar andere werkzaamheden. Voorlopig raad ik je aan om het rustig aan te doen. Je moet herstellen. Ondertussen gaan wij kijken hoe we je optimaal kunnen inzetten.” Sven knikt berustend. “Oké,” zegt hij. Hij staat op en steekt zijn hand uit. “Dank u voor uw tijd.” De directeur staat op en schudt zijn hand. “Sterkte,” zegt hij. Sven knikt. Hij draait zich om en loopt het kantoor uit.

Kim staart naar de monitor. “Ziet er goed uit,” zegt ze. “Dan zijn we eindelijk klaar,” zegt Melchior uitgeput. Hij wrijft zijn ogen uit. “Ik zal toch blij zijn als Sindie er weer is. Ik waardeer het dat de studio ons vertrouwt in ons oordeel over hoe het programma eruit komt te zien. Maar Sindie was toch een schakel tussen ons en de baas. Nu komen ze direct bij ons.” “Tot nu toe gaat het allemaal goed,” zegt Kim. “Maar is er al zicht op wanneer Sindie terug komt?” Melchior schudt zijn hoofd. “Ze is nog steeds onder behandeling. Blijkbaar is dor wat er is gebeurd, nog meer oud zeer naar boven gekomen. Dat moet ze nu zien te verwerken.” “Ik vind het rot voor haar,” zegt Kim. “Maar tegelijkertijd vind ik het werk nu meer ontspannen om te doen?” “Hoe bedoel je dat?” vraagt Melchior ongelovig. “Sinds Sindie weg is, moeten we harder werken dan ooit.” “Weet ik,” zegt Kim. “Maar zonder Sindie erbij, lijkt het alsof er een soort druk is weggevallen. Ik weet dat ze mij nooit heeft gemogen.” Melchior kijkt haar geschokt aan. “Wat praatje nou voor onzin?” vraagt hij. Kim schudt haar hoofd. “Je hoeft niet te doen alsof Melchior. Ik merk het wanneer vrouwen mij niet mogen. Het is me vaak genoeg overkomen. “Waarom zouden ze je niet mogen?” vraagt Melchior. “Je bent mooi, lief, charmant…” “Precies datgene wat andere vrouwen als een bedreiging zien,” onderbreekt Kim hem. “Maar goed dan dat je getrouwd bent,” grapt Melchior om zijn eigen onzekerheid te verbergen. Kim mag niet ontdekken dat ik haar eerst ook liever zag verdwijnen, denkt hij. Ik heb haar nodig. Veel meer nog dan ik dacht.

Sven loopt door het wildpark richting de uitgang. Hij moet beter zien te worden. Hij moet leren om zonder stok te lopen. Dan kan hij bewijzen dat hij weer als dierenverzorger aan de slag kan. Ongeacht wat de directeur zegt, hij zal zich bewijzen. “Hey Sven!” hoort hij dan roepen. Hij draait zich om. Rik, een van zijn collega’s, komt naar hem toe gelopen. “Hoe gaat het, man?” vraagt Rik. “Gaat wel,” zegt Sven. Hij heeft nu geen zin om in detail te treden. “Zeg Sven, ik moet je iets laten zien,” zegt Rik. “Je weet toch dat we het erover hadden om te proberen wolven naar het wildpark toe te halen?” Sven knikt. “Nou, het is gelukt,” zegt Rik. “We hebben nu twee wolven op een afgesloten gebied zitten. Zodra ze gewend zijn, en hun verblijf klaar is, dan zijn ze voor het publiek te zien.” Sven krijgt een glimlach op zijn gezicht. “Dat is geweldig nieuws,” zegt hij. “Het wordt nog beter,” zegt Rik. “Normaal gesproken mag bijna niemand erbij. Maar omdat jij het bent… wil je ze zien?” “Heel graag,” zegt Sven enthousiast. Hij loopt achter Rik aan. Ze betreden het gebied waar alleen de verzorgers en dierenartsen mogen komen. Rik opent een poort. “” Het zijn een reu en een teef,” zegt hij. “Dus hopelijk kunnen we ermee gaan fokken en zo een nieuw roedel vormen.” “Dat zou fantastisch zijn,” zegt Sven. Hij loopt door de poort. Tussen de bomen ziet hij een hek. Achter dat hek ziet hij vaag bewegingen. Al snel worden twee donkergrijze dieren zichtbaar. “Prachtexemplaren,” zegt Sven, onder de indruk. Hij loopt nog een stukje naar voren. De wolven, die stil waren blijven staan om de nieuwkomers te observeren, ontbloten nu hun tanden. Grommend rennen ze op het hek af. Ze werpen zich er tegenaan. Hun spitse snuiten wijzen doelgericht naar Sven, terwijl ze met hun poten tegen het hek krabben. Sven deinst geschrokken achteruit. Het dreigende gedrag van de wolven verandert niet. Hij kijkt Rik aan. “Hebben ze al gegeten?” Rik schudt beschaamd zijn hoofd. “Nee. Sorry, Sven. Ik had dit moeten weten.” Sven schudt zijn hoofd. “Ik zelf ook,” zegt hij, terwijl hij de steel van zijn stok beetpakt alsof hij hem wil wurgen. Prooi, denkt hij. Ze zagen dat ik mank loop. Ze hebben honger en zien me als een makkelijke prooi. Het is puur instinct. Ze bedoelen er niets kwaadaardigs mee. Maar dit bewijst wel dat de directeur gelijk had. Ik kan geen dierenverzorger meer zijn. De dieren waar ik het liefst mee zou werken, zien me nu als zwak. Ironisch dat uitgerekend zij me erop moeten wijzen dat ik hier niet meer thuis hoor. Hij draait zich om en loopt weg. Achter hem hoort hij het gegrom van de wolven. Hij kijkt niet meer achterom. Hoe eerder hij hier weg is, hoe beter. Dit deel van zijn leven is voorbij.

Volgende keer in Burning Ambition:
De ellende wordt alleen maar groter.

CopyRight (C) 2009 - 2011 - Jeske & Patrick-M
Elke overeenstemming met bestaande personages berust op toeval.
De gebruikte foto's zijn alleen gebruikt ter vermaak van de lezer
en heeft op geen enkele manier te maken met de afgebeelde persoon.
Wij streven er naar om alle rechten te controleren,
mocht u materiaal tegen komen wat van u is,
dan kunt u contact met ons opnemen
waarna wij dit materiaal van de site kunnen verwijderen.