Episode 7: Als een varken droomt dan is het van draf
Kim staat snel op uit bed en loopt naar Noa’s kamer, maar haar dochtertje ligt rustig te slapen. “Je verbeeldt het je, dit is onzin,” fluistert ze tegen zichzelf. Als ze terug naar haar bed wil lopen wordt ze opnieuw koud. Weer hoort ze iemand spreken, maar dit keer is het onduidelijker. Met moeite kan ze het verstaan. “Het kasteel, de valse erfgenaam,” kan ze er vaag uit halen. “Valse erfgenaam? Wat is er met een valse erfgenaam?” herhaalt Kim zo zacht mogelijk om Sven niet wakker te maken. Ze wacht even, maar hoort niks meer.
“Zo, lekker fris koppie,” lacht Ramon als Kim de volgende morgen de keuken in komt. Haar haren staan alle kanten op en ze heeft donkere kringen onder haar ogen. “Slecht geslapen,” zucht Kim kortaf terwijl ze een kop koffie voor zichzelf inschenkt. “Monica en ik moeten zo weer aan de slag, Noa kan gewoon bij jou blijven hé?” vraagt Sven die met zijn dochtertje op de arm loopt. “Ja, natuurlijk. Wij zijn toch nog grotendeels op kantoor bezig. Kim, die papieren moeten vandaag naar de drukker, denk je daar aan? Anders zijn ze niet op tijd klaar.” “Ik vroeg jou toch niks over Noa is het wel?” zegt Sven lichtelijk geïrriteerd. “Sven… ze kan hier blijven, zo blij? En nee Ramon, ik vergeet die papieren niet.” Kim neemt nog een slok van haar koffie en pakt Noa dan over van Sven. “Hup aan de slag dan als je het zo druk hebt.” Zonder op de snauwende opmerking van zijn vriendin te reageren verlaat Sven de keuken. “Ga jij zo maar even douchen, want zo gaan die klanten je niet serieus nemen hoor. Ik pas wel even op Noa,” zegt Ramon als Sven de keuken uit is. “Nou aardig ben jij zeg. Niet erg subtiel.” “Is dat nodig dan? Volgens mij ben jij ook nooit echt subtiel geweest, anders heb ik daar in ieder geval niks van gemerkt toen je zo achter me aan liep.” “Verveeloor,” zucht Kim terwijl ze nog een slok van haar koffie neemt. “Nou, geef jij Noa dan maar een flesje. Ga maar oefenen, voor als je ooit nog wel een vriendin krijgt.” “Grappig Kimmie, heel grappig.” Kim steekt nog snel haar tong uit naar Ramon, en dan gaat ze richting de badkamer.
“Goedemorgen,” lacht Monica vrolijk als Sven komt aanlopen. “Ik ben maar vast begonnen met schilderen. Hier, pak een kwast.” Ze gooit er eentje naar Sven toe die hem nog maar net kan opvangen. “Wat kijk je vrolijk vandaag. Het is nog wel zo’n heerlijk weer met dit kleine zonnetje.” “Dat valt toch best mee,” zucht Sven nukkig. “Goh wat ben jij gezellig vandaag. Volgens mij moet ik je gewoon een beetje opvrolijken, is het niet?!” Ze pakt zijn hand. “We kunnen vanmiddag een stukje gaan rijden?” “Ehm… nee doe maar niet. Druk weet je wel, verven, de tuin doen.” Snel somt Sven wat dingen op. “Druk, druk, druk. Ramon en Kim zullen niet blij zijn als we er nu tussenuit piepen.” “Daarom, leuk toch dingen doen die niet mogen, een beetje stout zijn.” Bij die laatste woorden geeft Monica Sven een knipoog, waarna hij begint te blozen. “We zien wel, ga nou maar aan de slag. Ik begin wel aan die kant, dan werken we naar elkaar toe.” Snel doopt hij zijn kwast in de verf en loopt dan naar de andere kant van de schuur.
“Zo, weer helemaal fris en fruitig. Zijn die papieren al naar de drukker?” vraagt Ramon als hij Kims kantoor binnen komt. “Nee, Noa was een beetje aan het druilen, dus ik ben nog niet bezig geweest,” antwoordt zij terwijl ze zachtjes over de rug van het kleine meisje wrijft. “Kom op Kim, we hebben nog zo veel te doen. Als je die papieren nou de deur uit doet dan hoeven we daar in ieder geval niet meer aan te denken. Ik ben ook al de hele ochtend bezig, ik kan niet alles alleen doen,” zucht Ramon. “Dat hoeft toch ook niet? Zit niet zo te zeuren.” Ramon rolt met zijn ogen. “Wat is er toch met jou? Je doet niks en je snauwt alleen, dat is toch niks voor jou.” Hij loopt op Kim af en pakt haar schouders vast. “Heb je problemen met Sven?” “Nee, er is helemaal niks met Sven. Dat zou een stuk makkelijker zijn. Dan zou ik gewoon kwaad op hem worden en dan was het klaar.” Ze maakt zich los uit Ramons greep en legt Noa, die intussen rustig is geworden, terug in de box. “Wat is er dan? Kom op Kim, je kan het toch gewoon zeggen. Zo erg kan het niet zijn.” “Ik heb een stem gehoord vannacht. Ze zei mijn naam en had het daarna over het kasteel en een valse erfgenaam, maar dat kon ik niet goed verstaan. Het was zo eng.” Zuchtend gaat Kim op het kleine bankje zitten. “Je bedoelt zoiets als een geest dan? Weet je zeker dat er niemand in de kamer was. Je kan Noa ook gehoord hebben.” “Geloof je me niet? Ik heb Noa gecontroleerd en daarna nog wat rond gekeken, maar er was niks te zien, echt niks.” “Rustig maar, ik geloof je.” Ramon gaat naast Kim zitten en slaat zijn arm om haar heen. Zachtjes wrijft hij over haar rug om haar te kalmeren. Kim legt haar hoofd net op zijn schouder als de deur open vliegt. “Kim ik ga even…” Sven stopt midden in zijn zin. “Ik wist het, ik wist het gewoon.” “Wat?” Kim kijkt Sven, nadat hij is binnengestormd, vragend aan. Sven kijkt vol afgunst naar Ramon.“Zie je dan niet hoe hij naar je kijkt. Hij is verliefd op je Kim.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Spanningen alom. Maar toch zal het werk op een of andere manier voltooid moeten worden.