Episode 60: Gedane zaken nemen geen keer
”Je kunt zo lang blijven als je wil,” zegt Arnout, terwijl hij samen met Carmen de trap op loopt. “Bedankt meneer Gelden,” zegt Carmen. “Maar ik ben niet van plan om lang te blijven. Ik wil zo snel mogelijk een kamer vinden. Dan hoef ik u niet tot last te zijn. “Je bent me niet tot last,” zegt Arnout. “Ik ben blij met gezelschap. Alleen de reden waarom je te gast bent, vind ik erg jammer. Het zijn natuurlijk niet mijn zaken. Maar weet je zeker dat dit het beste is?” “Ik… ik weet het niet,” zegt Carmen zachtjes. “Ik weet alleen dat Nathalie en ik niet in elkaars buurt moeten zijn.” Ze lopen de gang door en Arnout opent de deur van een kamer. Carmen loopt naar binnen en laat haar tas op de grond vallen. Ze gaat op de rand van het bed zitten. Arnout kijkt op zijn horloge. “Ik heb zelf al gegeten. Maar als je wilt, kan ik Albert vragen of hij nog iets voor je wil klaarmaken. Carmen glimlacht zwakjes. “Ik weet niet of ik veel trek heb. Ik heb nog niet gegeten. Maar ik heb zo’n naar gevoel in mijn maag.” Arnout knikt begrijpend. “Ik zal Albert wel vragen wat soep te maken. Dat gaat er altijd wel in.” “Bedankt,” zegt Carmen. “Geen enkel probleem, meisje,” zegt Arnout. Daarna sluit hij de deur.
Arnout loopt naar beneden. Hij schudt mistroostig zijn hoofd. “Jonge liefde,” mompelt hij. Wanneer hij de trap afloopt, ziet hij zijn butler Albert net een paar kaarsen aansteken. “Albert, zou je wat soep voor Carmen willen maken? Ze kan zo te zien wel wat krachtigs gebruiken.” Albert knikt. “Natuurlijk meneer.” Vervolgens verdwijnt hij richting de keuken. Arnout loopt de salon in. Hij gaat in zijn gebruikelijke stoel zitten. Hij vindt het jammer van Nathalie en Carmen. Maar tegelijkertijd is de komst van Carmen voor hem wel iets fijns. Nu hij met pensioen is, merkt hij dat hij veel heeft opgegeven door nooit te trouwen en een gezin te stichten. Maar de gezinssituatie zoals zijn oude vriend, en mentor, Reinier Vogelaar had gecreëerd, had hij koste wat het kost willen vermijden. Vaak op zee en weinig thuis bij zijn gezin. Misschien dat Alexander Senior daarom zo hard is geworden, en Sven en Nathalie daarom zo wreed heeft aangepakt. Maar toch… toch vraagt hij zich af hoe het had kunnen zijn als hij zelf kinderen had gehad. Hij schudt zuchtend zijn hoofd. Het heeft geen zin om hierover na te denken. Hij heeft nu, na vele jaren, weer contact met familie. En dat is genoeg. Het zal wel moeten. De telefoon doet hem opschrikken uit zijn gedachten. Hij loopt naar de telefoon en neemt op. “Met Arnout Gelden,” Hij luistert even en trekt dan wit weg. “Ja. Ja, natuurlijk.” Dan hangt hij op. Arnout gaat weer zitten en kijkt peinzend voor zich uit. Albert komt na een tijdje binnen. “Ik heb juffrouw Carmen haar soep gebracht,” zegt hij. Dan ziet hij de blik van Arnout. “Meneer… gaat het wel goed met u?” Arnout schudt zijn hoofd. Hij kijkt Albert strak aan. “Ik moet dringend een beroep doen op je discreetheid, Albert,” zegt hij. “Haal alsjeblieft Carmen hier. Daarna hebben we het nodige voor te bereiden.” Albert vertrekt geen spier bij die woorden. “Natuurlijk meneer,” zegt hij.
De volgende ochtend staat Kim met tranen in haar ogen in het halletje van haar huis. Sven doet het jasje van Noa aan. Hoewel hij niet huilt, ziet ze wel hoe moeilijk dit moment ook voor hem is. “Mama? Waarom huil je?” vraagt Noa. Kim droogt haar ogen af. “Niets lieverd,” zegt ze dapper. “Lijkt het je leuk om een tijdje bij oom Arnout te wonen?” “Waarom?” vraagt Noa. Kim en Sven kijken elkaar even aan. “Omdat oom Arnout je weer eens wil zien. En je vind zijn huis toch zo mooi?” “Dit huis is ook mooi,” zegt Noa. “Dat is zo lieverd,” zegt Kim. “Maar papa en mama, hebben… veel te doen. En we willen dat jij je daar niet druk over hoeft te maken. Oom Arnout wil daarom je passen.” “Wanneer mag ik terug?” vraagt Noa. “Ik weet niet,” zegt Kim, terwijl haar hart breekt. “Wil je lief zijn voor oom Arnout en je als een grote meid gedragen?” “Ja mama,” zegt Noa. Kim omhelst Noa. “Ik zie je snel terug,” zegt ze tegen haar dochter. En ze hoopt dat het waar is. Daarna laat ze haar los. Sven tilt Noa op en draagt haar naar de auto. Ze zwaaien nog even naar Kim, waarna ze weg rijden. Kim sluit de deur en laat zich op de grond zakken. De tranen stromen nu over haar wangen en haar gesnik komt met horten en stoten.
Sven rijdt de vaste route richting de dagopvang waar Noa af en toe naartoe gaat. Hij kijkt in alle spiegels om zeker te zijn dat ze niet worden gevolgd. Om niet op te vallen, volgen ze het vaste patroon zoals altijd op het gebruikelijke tijdstip. Gedag zeggen tegen Kim. En dan naar de dagopvang. Maar als ze bij de straat komen waar de dagopvang zich bevindt, slaat hij een andere weg in. In het voorbijgaan, scant hij de straat. Hij kijkt ook in zijn spiegels. Niets verdachts te zien. Na een tijdje te hebben gereden, komen ze bij het huis van Arnout. Wanneer ze uitstappen wordt er al open gedaan. Tot zijn verrassing staat Carmen in de deuropening. “Tante Carmen!” roept Noa blij. Ze rent naar Carmen toe, die haar blij in haar armen neemt. Sven pakt Noa’s spullen, sluit de auto af en loopt het huis in. Albert sluit de deur.
“Het huis is voorzien sloten en alarmen op alle deuren en ramen,” zegt Arnout. “De tuin is afgeschermd. Dus niemand hoeft te weten dat Noa hier is.” “Mooi,” zegt Sven. “Het spijt me dat ik u dit moest vragen,” zegt hij. Arnout houdt zijn hand op. “Je hoeft je niet te verontschuldigen. Dit is een familiezaak, dus het gaat mij ook aan.” “Over familie gesproken,” begint Sven. “Waarom is Carmen hier? Waar is Nathalie?” Arnout kijkt even opzij naar Carmen, die met Noa aan het spelen is. Beiden gaan zo in hun spel op, dat ze niets in de gaten hebben. “Het gaat niet goed tussen haar en Nathalie,” zegt Arnout. “Wist je dat nog niet?” Sven schudt zijn hoofd. “Ik wist dat Carmen niet goed in haar vel zat. Maar dit wist ik nog niet. Ik zal met Nathalie moeten gaan praten.” “Doe dat maar niet,” zegt Arnout. “Jij hebt nu wel iets anders aan je hoofd. Ik hou wel een oogje op Carmen. En als Nathalie benaderd moet worden, dan neem ik dat werk voor mijn rekening. Jij en Kim moeten je nu concentreren op diegene die jullie dochter iets wil aandoen.” Sven zucht. “Als u iets heeft besloten, dan kan ik daar niets aan veranderen.” “Inderdaad,” zegt Arnout. “En datzelfde geldt voor jou. Maar toch moet ik het proberen. Ik begrijp je plan. Maar is het wel zo verstandig om Noa ergens anders onder te brengen, in de hoop dat je die gek uit de tent kunt lokken?” “Ik weet het niet,” geeft Sven toe. “Het is een wanhoopsdaad. Maar we hebben geen andere keus. Ik kan maar een paar mensen hiermee vertrouwen. We moeten iets doen. Die maniak wil mijn gezin te grazen nemen. Als Noa een tijdje niet gezien wordt, raakt hij of zij misschien in paniek en maakt dan in de haast een fatale fout.” “Het blijft een riskante zet,” zegt Arnout. Sven zucht. “Dat weet ik.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Alles wordt in beweging gezet.