Episode 52: Wat dood is bijt niet meer
Albert zet stil een blad met koffie op tafel neer en schenkt in. Daarna verlaat hij, al even stil, de salon weer. De pijnlijke stilte wordt onderbroken door Noa, die een koekje van het blad pakt en ermee in haar glaasje melk begint te soppen. Kim pakt haar snel op en haalt het koekje, dat helemaal papperig is geworden, uit Noa’s hand. Noa protesteert, maar Kim geeft haar een ander koekje, dat Noa vervolgens zonder probleem oppeuzelt. “Dus jullie weten zeker dat het mama is?” vraagt Nathalie, alsof ze het niet kan geloven. “Absoluut zeker,” zegt Arnout. “Je mag blij zijn dat je nog op tournee was toen wij naar Frankrijk moesten.” Sven knikt instemmend.
(Flashback: een paar dagen geleden)
“Neemt u alle tijd,” zegt de Franse agent tegen Sven en Arnout. “We hebben genetisch materiaal afgenomen, dat we met dat van u willen vergelijken. Het lichaam zelf is in een te verre staat van ontbinding om nog herkenbaar te zijn. We hebben wel diverse persoonlijke bezittingen gevonden. Misschien zeggen die u iets.” De agent haalt een paar genummerde plastic zakken tevoorschijn. Ze bevatten een duur horloge, een parelketting en een ring. De ring trekt direct de aandacht van Sven. Zijn moeder was ijskoud. Maar als ze boos werd, dan was de pijn, veroorzaakt door die ring, altijd datgene dat hem het meeste bijbleef als ze hem had geslagen. Hij herkent het patroon en het edelsteentje. “Het is van haar,” zegt hij.
“En die DNA test?” vraagt Kim. “DNA onderzoek heeft bevestigd dat zij het is,” zegt Arnout. “Weten ze wie het gedaan heeft?” vraagt Carmen “Ze lag toch begraven in het bos? Dan moet ze vermoord zijn toch?” Nathalie krijgt tranen in haar ogen. Carmen legt verontschuldigend haar hand op haar schouder. “We weten het niet,” zucht Arnout. “De politie sluit niets uit. Ze kijken uit naar Ricardo Compagnola omdat hij en Carice blijkbaar met elkaar gezien zijn. Maar voor de rest heeft het onderzoek niets opgeleverd.” Hij neemt een slok koffie en schraapt dan zijn keel. “Maar dat is van later zorg. We moeten ons nu op de begrafenis richten. We hebben de afgelopen jaren geen van allen veel contact gehad met Carice. Maar als haar familie is het nu wel aan ons.” Iedereen knikt. Nathalie huilt nu stille tranen. Carmen slaat een arm om haar heen. “Ik weet wat je nu doormaakt. Ik laat je niet alleen totdat alles achter de rug is.” “Dat kun je makkelijk zeggen,” zegt Sven. “Jij kende haar niet.” Vervolgens kijkt hij Kim aan. “Als je niet wilt, dan hoef jij niet mee.” Kim schudt haar hoofd. “Ik ga mee. Dat is het minste dat ik kan doen.” “Maar mijn moeder heeft jou nooit een blik waardig gegund,” zegt Sven.
(Flashback Zoop: The Next Generation; Aflevering 54)
“Goed, Kimberly…” begint Carice. “Eigenlijk is het gewoon Kim,” onderbreekt Kim haar. “Kimberly,” Zegt Carice nadrukkelijk terwijl ze Kim koud aankijkt. “Ik kan best begrijpen dat je gevoelens hebt voor mijn zoon. Maar naar wat ik gehoord heb, ben jij niet het geschikte meisje voor hem.” “Waarom niet?” zegt Kim. “De familie Vogelaar stelt strenge eisen aan alle leden, zowel geboren als aangetrouwd,” zegt Carice. “Elk lid moet iets bijzonders verrichten of een beroep van aanzien hebben. Daarnaast verkeren wij in hoge kringen en dat vereist bepaalde etiquette. Jij hebt nogal een vrije opvoeding gehad door dat reizen met je ouders. En een dierenverzorgster is niet echt iets om mee aan te komen.”
“Ik doe het niet voor je moeder. Maar voor jou,” zegt Kim. Ze pakt de hand van Sven. “Ik ga mee voor jou. Ik kan me niet precies voorstellen hoe je al die jaren hebt moeten leven. Maar je hoeft hier niet in je eentje doorheen te gaan.” Sven kijkt haar dankbaar aan. “En ik ga ook gewoon mee,” zegt Carmen. “Ik kende haar niet. Maar ik wil er zijn voor Nathalie.”
Een paar dagen later lopen Arnout, Sven, Kim, Nathalie en Carmen de zaal in waar het lichaam van Carice, in een gesloten kist, opgebaard ligt. Nathalie kijkt half verdrietig, half angstig, naar de kist. Carmen pakt haar arm nog wat steviger vast. Kim kijkt opzij naar Sven. Zijn gezicht is strak. Maar zijn ogen verraden hem. Zijn moeder wilde niet dat hij op de begrafenis van zijn vader kwam. Maar nu is hij wel hier. Op een begrafenis van iemand die niet om hem gaf. Maar omdat het familie is, doet hij wat van hem wordt verwacht. Dan klinkt achter hen ineens een stem. “Zo. Ik had niet verwacht dat jullie het lef zouden hebben om te komen.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Oud zeer en oude angsten komen weer naar boven.