Episode 50: Genoeg is meer dan veel (Cliffhanger)

Agent Verre loopt behoedzaam door de straten van het dorp, op zoek naar Sven. Wanneer hij een hoek omslaat, ziet hij een politiewagen door de straat rijden. Hij draait zich snel om, in de hoop niet te worden herkend. Ze horen nu helemaal niet te patrouilleren, denkt hij. Terwijl hij de hoek weer om wil gaan, hoort hij zijn naam roepen. Hij loopt door. De auto draait mee de hoek om en rijdt hem voorbij. Hij ziet hoe een van zijn collega’s uit het raam kijkt en hem roept dat hij moet meekomen naar het bureau. “Merde!” vloekt hij. Hij zet het op een lopen. Hij duikt een straatje in dat te smal is voor de auto om hem te volgen. Nadat hij een nieuwe straat is ingeslagen, kijkt hij even om de hoek of hij niet wordt gevolgd. “Jerome Verre,” klinkt een stem achter hem, “Je staat onder arrest op verdenking van ontvoering en medeplichtigheid aan moord.” Hij kijkt verschrikt om en ziet daar twee andere collega’s staan. Met een portofoon in hun handen en hun pistolen op hem gericht. Verslagen zucht hij en laat zijn hoofd hangen.

Ze hebben hem te pakken,” zegt de agente tegen Ramon, Sven en Brique. “Hij heeft gezegd waar juffrouw de Beurre en de andere gevangenen zitten.” “Anderen?” vraagt Brique. De agente knikt. “Het kind van Juffrouw de Beurre en twee jonge vrouwen.” Sven trekt wit weg. “Noa! Nathalie! Carmen!” “Carmen is daar ook?” schreeuwt Ramon. “Breng ons erheen,” zegt Brique. “Ik wil mijn vijand in de ogen kunnen kijken.” De agente gebaart hen te volgen.

Pascal kijkt zorgelijk uit het raam terwijl de politieauto’s naderen en strategische posities innemen rond het jachthuis. “Waar is Jerome?” mompelt hij. “Hoe kunnen ze ons hier hebben gevonden?” Hij wendt zich tot zijn derde handlanger. “Ga naar de kelder en verzamel de gevangenen. We zullen gijzelaars nodig hebben om hier weg te komen.” Hij kijkt naar Noa in de box. “Het kind mag niets overkomen.” De man knikt en gaat op weg. Pascal schudt zijn hoofd.

Kim sluipt voorzichtig door de gang als ineens een deur open gaat. De man die eruit komt staart haar even verrast aan. Dan komt hij in beweging. Net als Kim. Na een korte uitwisseling van trappen, slagen en stoten ligt de man op de grond. Kim stormt het vertrek binnen… en kijkt recht in de loop van de revolver van Pascal.

“Waar wachten ze nog op?” vraagt Sven terwijl hij toekijkt hoe de agenten hun posities innemen rond het huis. “Wat zegt hij?” vraagt Brique terwijl hij Sven negeert. Ramon vertaalt het snel. “Ze bereiden zich voor om desnoods binnen te vallen, als ze zich niet overgeven,” zegt Brique ten antwoord. Sven kijkt met een zorgelijk gezicht naar het huis. Als ze binnenvallen dan gaan er ongetwijfeld doden vallen, denkt hij ongerust. Hij wil naar het huis lopen, maar Brique houdt hem tegen. “Je kunt niets doen jongen,” zegt hij met een strak gezicht. “Het ligt nu buiten onze macht.”

Pascal staart Kim aan van achter de loop van zijn revolver. “Ik moet toegeven dat ik niet had verwacht dat je zou kunnen ontsnappen Kim,” zegt hij op akelig kalme toon. “Ik neem aan dat je mijn mannen buiten gevecht hebt gesteld?” Kim knikt, terwijl ze haar blik op de revolver gericht houdt. Pascal zucht berustend. “Dan kunnen we niets anders meer doen dan wachten,” zegt hij op weemoedige toon. “De politie heeft blijkbaar ontdekt dat ik hier ben. Het huis is omsingeld en zelfs als ik weet te ontsnappen, zal ik zonder de hulp van mijn mannen snel worden gevonden.” Buiten klinkt via een megafoon een oproep tot overgave. Pascal strekt de vingers van zijn wapenhand. “Ik heb gefaald. Maar ze zullen me niet levend in handen krijgen. Ik zal me verweren. Laat ze het huis maar bestormen. Ik neem er zoveel met me mee de dood in als nodig is.”

Kim kan niet geloven wat ze hoort. Wil Pascal ons allemaal de dood injagen? denkt ze. Noa, Nathalie en Carmen lopen ook allemaal gevaar als het vechten wordt. Ze ziet de blik van Pascal. In zijn ogen vlammen zowel waanzin als vastberadenheid. “Pascal, luister nou,” begint ze. “Je wint hier niets mee. Je jaagt ons allemaal de dood in.” “Liever dood dan eerloos!” snauwt Pascal naar haar. Eerloos! flitst door Kims gedachten. Misschien is er nog een kans. “Als jij dit doorzet, dan zal je dood eerloos zijn,” zegt ze. “Wat?!” snauwt Pascal op scherpe toon. Kim haalt even adem. Ze moet dit nu keihard doorzetten. “Wanneer de politie het huis bestormt, zullen jij, ik en Noa daarbij omkomen. Daarmee faalt jouw opdracht. Het kasteel is al verloren. Maar Noa is er nog. Zij is de nalatenschap van de families Ardeur en Oiseau de Proie. Als zij dit niet overleeft, dan is datgene dat altijd zo trots hebt gediend echt voorgoed verdwenen.” Pascal staart haar stil aan. Diverse blikken verschijnen in zijn ogen. Hij sluit ze even… en wanneer hij ze weer opent is het manische vuur verdwenen. In plaats daarvan is een lege, vermoeide blik in zijn ogen verschenen. Plotseling is de dreiging van hem afgevallen en is hij gewoon een magere en breekbaar uitziende oude man geworden. Hij laat de revolver zakken terwijl de tranen in zijn ogen verschijnen. Hij zakt op zijn knieën. De revolver klettert op de grond. “O, mijn God. Wat heb ik gedaan?” jammert Pascal terwijl hij zijn hoofd in zijn handen begraaft. Kim loopt aarzelend naar hem toe. Met haar voet schuift ze voorzichtig de revolver weg. Dan legt ze haar hand op de schouder van Pascal. Pascal schrikt op door de aanraking. Hij kijkt Kim aan met een betraand gezicht. “Het is voorbij,” fluistert hij. Hij staat weer op en reikt in zijn jaszak. Hij haalt de familiedolk tevoorschijn. Kim deinst achteruit. Maar Pascal glimlacht bedroefd. Hij reikt Kim de dolk aan met het gevest naar haar toe gericht en het lemmet naar hem toe. Kim pakt het wapen aarzelend aan. “De toekomst is aan jou en Noa,” zegt Pascal. Vervolgens loopt hij naar de deur. Hij opent hem en stapt naar buiten. “Ik geef me over!

Sven ziet hoe de oude man in de boeien wordt geslagen en afgevoerd. Vervolgens gaan agenten het huis binnen en moet hij nog een eeuwigheid wachten. Dan ziet hij hoe drie mannen naar buiten worden gebracht en ook worden afgevoerd. Hij blijft ongerust naar het huis staren. Maar dan ziet hij Kim naar buiten komen met Noa op haar arm. Hij rent naar ze toen en slaat zijn armen om hen heen. “Papa terug!” roept Noa blij. Sven kijkt met tranen in zijn ogen naar zijn dochter. “Natuurlijk, dat had ik toch beloofd?”

Nathalie en Carmen lopen naar buiten en kijken naar het tafereeltje. “Ik dacht echt dat we het niet zouden redden,” zegt Carmen geëmotioneerd. Nathalie slaat een arm om haar heen. “Ik ook niet,” zegt ze. “Maar wat ik nu wel weet is dat het leven te kort is om het niet te benutten.” Ze tilt Carmens kin op en drukt haar lippen op die van Carmen. Ze vindt het nog steeds een beetje eng. Maar als Carmen haar terug zoent, voelt ze dat ze leeft.

Ramon staart met open mond naar zijn zusje. Hij loopt naar ze toe. “Wat ben jij aan het doen?” vraagt hij scherp. Carmen laat Nathalie los en kijkt hem ook scherp aan. “Ik ben gewoon mezelf,” zegt ze. “Waarom denk je dat ik destijds niet me je mee wilde? Jij zou dit nooit accepteren.” “Tuurlijk niet,” zegt Ramon afkeurend. “Dit is… onnatuurlijk.” “Ik ben zo geboren,” zegt Carmen. “En ik laat me niet meer door jou de les lezen.” Ze keert een verbaasde Ramon de rug toe, pakt de hand van Nathalie en loopt naar Kim en Sven toe.

Nathalie kijkt een beetje benauwd naar Sven. Ramon begreep het niet van Carmen. Maar ze heeft geen idee wat haar eigen broer zal vinden. Ze ziet dat Sven haar aanstaart. “Sven… Ik…” Ze stopt met praten als Sven haar omhelst. Ze maakt zich geschrokken los. “Waar is dat goed voor?” vraagt ze. Sven glimlacht wat ongemakkelijk. “Het is oké,” zegt hij. “Ik weet nu zeker dat ik niet zoals mijn vader ben. Hij zou dit zeker afkeuren. Ik blij voor je dat je iets goeds in je leven hebt.” Nathalie omhelst hem. Sven gebaart Carmen om erbij te komen. “Je hebt duidelijk beter op haar gelet dan ik had verwacht,” zegt Sven. Carmen lacht en omhelt hen beiden. Kim staat er sympathiserend bij met Noa. Niemand heeft in de gaten hoe Ramon hoofdschuddend wegloopt.

“Weet je zeker dat je dit wilt?” vraagt Sven terwijl hij samen met Kim naar het landhuis van Brique loopt. Kim knikt. “Ik wil dit voorgoed afhandelen.” Ze worden binnen gelaten door een dienstbode en naar het kantoor van Brique gebracht. “Dank u dat u ons wilt ontvangen,” zegt Kim. Brique kijkt haar strak aan. “Ik heb helaas weinig tijd,” zegt hij. “Ik moet mijn bedrijf reorganiseren en veel nieuw personeel aanstellen aangezien ik mijn assistent, de verraderlijke managers en het dienstmeisje dat mijn moeder die overdosis heeft bezorgd, heb moeten ontslaan.” “Is Ramon weg?” vraagt Sven. Brique knikt. “Hij had zijn opdracht volbracht en hij wilde hier niet langer blijven. Hij is vertrokken en ik weet niet waarheen. Hij vroeg aan mij om jullie te vragen of jullie goed op elkaar willen letten.” Kim en Sen kijken elkaar ongemakkelijk aan. Brique doorbreekt de stilte. “Maar ik neem aan dat jullie voor iets anders komen?” “Dat klopt,” zegt Kim. Ze haalt de dolk met het wapen van de familie Oiseau de Proie uit haar zak. “Ik wil een einde maken aan het pact dat eeuwen lang voor zoveel ellende heeft gezorgd. Het is iets uit het verleden dat begraven moet worden.” “Mee eens,” zegt Brique. “Ik heb de geschiedenis aangehoord en ik wil er niets mee te maken hebben.” Hij loopt naar een kast en haalt twee dolken tevoorschijn. Een draagt het wapen van de familie Brique, het andere dat van de familie Ardeur. Hij reikt Kim de dolk van Ardeur aan. Kim pakt hem aan. Ze wil Sven de dolk van Oiseau de Proie geven maar hij schudt zijn hoofd. “Ik ben niet de oudste zoon,” zegt hij. “Dat is Alexander,” “Mijn moeder is de oudste van de familie Ardeur,” werpt Kim tegen. “We vertegenwoordigen gewoon de laatste drie oude huizen.” Sven pakt de dolk aan. Kim houdt het wapen voor zich uit. Sven en Brique wijzen hun dolken naar die van haar zodat de punten van de lemmeten elkaar raken. “Het pact is voorbij,” zegt Kim. “Geen misdaden, geen wraak, geen vergelding. Het is begraven.” “Het is begraven,” zeggen Sven en Brique.

“Denk je dat het nu echt voorbij is?” vraagt Sven als ze weer buiten lopen. Kim knikt. “Brique is net als zijn ouders een trots iemand. Maar hij is wel eerlijk. Hij heeft het druk genoeg met zijn bedrijf. Pascal en zijn handlangers zitten vast en het mysterie is opgelost. Het is voorbij.” Ze kijkt Sven aan. “Laten we hier weg gaan. Het kasteel is verwoest. Dat komt nooit meer terug.” “Wil je niet hier blijven?” vraagt Sven. “Dit was altijd je thuis.” “Mijn thuis is waar mijn familie is,” zegt Kim. “En dat wil ik nu zo snel mogelijk officieel maken.” Ze pakt de hand van Sven vast. “Laten we zo snel mogelijk trouwen,” zegt ze. Sven glimlacht. “Dat gaat veel tijd kosten,” zegt hij. Kim glimlacht. “Niet zo veel als je denkt,” zegt ze.

Een paar weken later loopt Kim, aan de arm van haar vader, richting Sven die in zijn beste pak op haar staat te wachten. Ze draagt een eenvoudige, maar elegante, witte jurk. Voor haar schuifelt Noa, met een boeketje in haar handen, voetje voor voetje richting de katheder in een rustig hoekje van het dierenpark. De ambtenaar staat al achter de katheder. Sven kijkt haar liefdevol aan. Naast hem staat Thijs die als zijn getuige dienst doet. Kim werpt een blik op Julia, die haar getuige is en die de bruiloft en het feest tot in de puntjes heeft geregeld, sinds ze terug was gekomen uit China. Julia moet nu al een traantje wegpinken. Kim knikt dankbaar naar Julia. Thijs legt bemoedigend zijn hand op de schouder van Sven.

Fabian geeft Kim een kus op haar wang en geeft haar hand aan Sven. Vervolgens tilt hij Noa op en gaat bij Janine zitten. Janine neemt Noa op haar schoot. Noa veegt een traan weg die over de wang van Janine biggelt. Naast hen zitten Gaby en Berenger die erg trots naar hun ex-rangers kijken. In de andere rij zitten Nathalie en Carmen arm in arm te zwijmelen. Naast hen zit Arnout Gelden in een smetteloos gala-uniform van de marine, met een goedkeurende blik in zijn ogen. Ook de andere bruiloftsgasten kijken verheugd uit naar wat komen gaat.

De vrouwelijke ambtenaar neemt het woord. “Familie, vrienden en andere geëerde gasten. We zijn hier vandaag bijeen omdat Kim en Sven hun liefde willen bezegelen met een huwelijk. Ze hebben hun liefde gevonden in dit dierenpark. En daarom willen ze ook hier trouwen. Ik zal niet teveel zeggen over hoe ze samen kwamen. In plaats daarvan willen Kim en Sven speciaal een gelofte doen. Kim. Sven. Aan jullie het woord.”

Kim en Sven gaan tegenover elkaar staan. Kim schuift een ring om Svens vinger. “Lieve Sven. Ik kwam hier in dit park omdat ik een opleiding moest gaan doen. Ik wilde liever reizen, maar vond hier iets wat ik niet had verwacht: jou. Je werd mijn maatje en nog zoveel meer. Samen hebben we een prachtig dochtertje gekregen waarin ik zoveel van ons tweetjes terug zie. Jij maakt mijn leven compleet op een manier die ik me niet had kunnen voorstellen. En ik wil niets liever dan jou aan mijn zijde. Voor de rest van ons leven.” Nadat ze is uitgesproken is het eventjes doodstil. Dan schuift Sven een ring om de vinger van Kim. “Lieve Kim. Toen ik jou ontmoette bevond ik me op het rottigste punt in mijn leven. Maar jij hebt mij daar uit gehaald. Voor het eerst begreep ik liefde. Ik kende het door muziek, maar voordat ik jou kende begreep ik het niet werkelijk. Jij haalt het beste in mij naar boven. En ik wil de rest van mijn leven de man voor jou zijn, die jij in me zag.”

Dan neemt de ambtenaar weer het woord. “Sven Vogelaar. Neem jij Kim de Beurre tot je wettige echtgenote? En beloof je haar te steunen in voor en tegenspoed tot de dood jullie scheidt? Wat is daarop jouw antwoord?” “Ja,” zegt Sven met een glimlach. “Kim de Beurre. Neem jij Sven Vogelaar tot je wettige echtgenoot? En beloof je hem te steunen in voor en tegenspoed tot de dood jullie scheidt? Wat is daarop jouw antwoord?” “Ja,” zegt Kim stralend. “Dan verklaar ik als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, dat jullie door de huwelijkse staat aan elkaar verbonden zijn.” De ambtenaar kijkt Sven aan. “Je mag de bruid kussen,” zegt ze. “Eindelijk,” zegt Sven zachtjes, zodat alleen Kim het kan horen. Kim glimlacht. Dan raken hun lippen elkaar. Een luid applaus klinkt van de aanwezige gasten.

Samen lopen Kim en Sven langs een erewacht van 8 jonge rangers naar een koets die klaar staat. Kims mond valt open bij het zien van het bijzondere tafereel. De koets is wit. Maar de twee ingespannen paarden zijn een zwarte hengst en een bruine merrie die ze heel goed kent. “Inferno. Blaze,” fluistert ze. “Ze waren aan een Nederlandse manege verkocht,” zegt Sven. “Het heeft Julia wat moeite gekost, maar speciaal voor de bruiloft mochten ze komen.” Kim weet niet wat ze moet zeggen. Ze aait beide paarden over hun hoofd. Vervolgens stapt ze samen met Sven in. Terwijl ze stapvoets door het park rijden, beseffen ze beiden dat ze hebben gevonden wat ze zochten en dat hun thuis echt daar is waar hun hart ligt.

CopyRight (C) 2009 - 2011 - Jeske & Patrick-M
Elke overeenstemming met bestaande personages berust op toeval.
De gebruikte foto's zijn alleen gebruikt ter vermaak van de lezer
en heeft op geen enkele manier te maken met de afgebeelde persoon.
Wij streven er naar om alle rechten te controleren,
mocht u materiaal tegen komen wat van u is,
dan kunt u contact met ons opnemen
waarna wij dit materiaal van de site kunnen verwijderen.