Episode 48: Hij is des keizers vriend niet
“Ik begrijp niet waar Kim blijft,” zegt Sven terwijl hij onrustig opstaat uit zijn stoel. “Ze is nu al een paar uur weg. Hoe lang kan zoiets nou duren?” Nathalie haalt haar schouders op. “Misschien duurt het langer dan verwacht? Of hebben ze de zaak opgelost?” Sven schudt zijn hoofd. “Dan zouden we toch wel iets gehoord hebben? Er is vast iets anders. Ik ga naar het bureau.” Hij staat op en pakt zijn jas. “Papa!” klinkt dan achter hem. Sven draait zich om en loopt naar Noa toe, die eerst met Carmen aan het spelen was, maar nu stapje voor stapje naar hem toe komt lopen. Hij knielt neer bij zijn dochtertje en neem haar in zijn armen. “Waarheen?” vraagt Noa. “Papa gaat naar mama toe,” antwoordt Sven. Noa begint direct te lachen. “Ik mee?” vraagt ze. Sven lacht maar schudt zijn hoofd. “Andere keer,” zegt hij. Vind je het goed om bij tante Nathalie en tante Carmen te blijven?” Noa trekt een pruillipje. “Papa komt terug. Dat beloof ik,” zegt Sven. Noa knikt en Sven geeft haar een kusje. Dan zet hij haar weer neer bij Carmen, die haar een pluche olifantje aanreikt. Noa pakt zelf echter een tijgerknuffel waar ze direct mee begint te spelen en gromgeluidjes begint te maken. Sven kijkt er even glimlachend naar en loopt dan de deur uit.
Noa gaat zo op in haar spel met haar knuffel, dat Carmen ongezien op kan staan en naar Nathalie kan lopen. “Tante Nathalie en tante Carmen,” zegt ze hoofdschuddend. Nathalie rolt met haar ogen. “Hou er nou maar over op. Hij bedoelt er niets bijzonders mee.” Ze kijkt Carmen aan. “Er is niets gebeurd.” Carmen kijkt Nathalie verbaasd aan. Ze kijkt even opzij naar Noa. Maar die is nog altijd lekker aan het spelen. “Er is wel iets gebeurd,” zegt ze nadrukkelijk. Nathalie wendt haar blik af. “Het had niet mogen gebeuren.” “Waarom niet?” vraagt Carmen. “Zo erg was het toch niet?” vraagt ze een beetje lacherig. Nathalie kijkt haar scherp aan. “Lach niet. Het was wel erg. Juist omdat ik het prettig vond was het erg.” Carmen zucht. “Waar ben je dan zo bang voor?” Nathalie wendt haar blik weer af. “Je snapt het niet. Ik kan niet zijn wat ik ben. Ik dans. Ik zit met allemaal andere meisjes in een kleedkamer. Ik dacht vroeger dat ik gewoon nieuwsgierig was naar hoe mensen eruit zien. Maar ik merkte dat ik steeds vreemdere gevoelens kreeg naarmate ik ouder werd. Mijn ouders hadden nooit geaccepteerd als ik had toegegeven dat ik een…” “Pot!” roept Noa ineens. Nathalie en Carmen kijken geschrokken om. Noa loopt richting de badkamer. “Ik moet op pot,” zegt ze. Nathalie en Carmen lachen nerveus. “Ik neem haar wel mee,” zegt Nathalie terwijl ze opstaat. “We praten er later wel over,” zegt Carmen. Nathalie loopt weg. Ze is niet gerust op hoe dat gesprek zal verlopen.
“Hoe bedoelt u?” zegt Sven verontwaardigd. “Wilt u zeggen dat Kim hier nooit is geweest?” De wachtcommandant achter de balie schudt zijn hoofd. “Maar de agent die de zaak behandelde kwam haar vanochtend ophalen.” “Agent Verre bedoelt u?” vraagt de wachtcommandant. “Die heeft zich vanochtend ziek gemeld.” Sven voelt het bloed wegtrekken uit zijn gezicht. Hij loopt het bureau uit, zonder nog te horen hoe de wachtcommandant hem naroept. Buiten aangekomen stapt hij in de auto. Hij kan maar één iemand bedenken die Kim zou kunnen hebben: Brique. Hij is rijk en machtig genoeg om mensen om te kunnen kopen. Die agent werkt nu vast voor hem. Hij rijdt het dorp uit, richting het grote landhuis.
Kim zit in een vochtige kelder aan de touwen te sleuren waarmee ze is vastgebonden. Maar er is geen beweging in te krijgen. Zuchtend geeft ze het op. Ze leunt met haar rug tegen de muur. Net nu ze eindelijk weet hoe de geschiedenis in elkaar zit, kan ze niets meer doen. Pascal heeft haar in deze kelder opgesloten en zal zijn wraak gaan uitvoeren. En hij wil Noa opvoeden naar zijn verknipte toekomstbeeld. Als Sven haar maar kan beschermen, denkt ze. Ik hoop dat hij geen domme dingen gaat doen.
Bij het landhuis aangekomen parkeert Sven de auto en loopt naar de deur. Hij belt aan en even later doet een dienstbode open. “Wat wenst u?” vraagt de man afgemeten. “Ik wens de heer Brique te spreken,” zegt Sven. “De heer Brique mag onder geen beding gestoord worden,” zegt de dienstdode effen. “Als u hem wilt spreken, dan kunt u een afspraak maken met zijn secretaris.” “Ik moet hem NU spreken!” valt Sven kwaad uit. De dienstdode kijkt hem verrassend onaangedaan aan. “Het spijt me meneer. Maar ik kan u niet…” “Wacht!” klinkt een vertrouwde stem vanuit de gang. Ramon verschijnt naast de dienstbode. Hij kijkt Sven niet aan. “Ik handel dit wel af. Je kunt gaan.” “Zoals u wilt,” zegt de dienstbode en loopt terug de gang in. Zodra hij weg is gebaart Ramon dat Sven hem moet volgen en stil moet zijn. Hij leidt Sven een kantoortje in. Zodra hij de deur achter zich heeft dicht gedaan, kijkt hij Sven pas aan. “Wat doe je hier?” zegt hij op scherpe toon. “Je moet hier niet komen.” Sven is niet onder de indruk. “Ik kom met je baas praten. Wat is er? Bang dat je goede relatie met hem kapot gaat?” Ramon schudt zijn hoofd. “Ik sta niet op goede voet met hem. Ik werk enkel en alleen voor hem omdat hij me nodig heeft.” Sven knijpt zijn ogen tot spleetjes.
Er wordt op de deur van de kamer geklopt. Carmen loopt er naartoe. “Wie is daar?” vraagt ze. “De politie,” klinkt het aan de andere kant. “Ik moet u spreken.” Carmen opent de deur. Ze ziet een agent voor de deur staan. Hij toont haar zijn badge. “Wat is er aan de hand?” vraagt ze. “Ik moet u vragen met ons mee te komen,” zegt de agent. Hij duwt tegen de deur zodat deze verder open gaat. Een paar grote mannen komen binnengelopen en grijpen haar vast. Ze verzet zich en wil om hulp roepen, maar een van de mannen houdt een vochtige lap tegen haar neus en mond. Ze voelt haar lichaam slap worden.
Nathalie hoort het geluid uit de kamer. “Blijf hier,” zegt ze tegen Noa die haar met grote ogen aankijkt en bang knikt. Nathalie steekt haar hoofd om de hoek en ziet Carmen bewusteloos in de armen van een man die een lap vasthoudt. Ze stormt op hem af. “Laat haar met rust!” gilt ze, terwijl ze op de man begint in te beuken met haar vuisten. Een andere man grijpt haar hardhandig vast en duwt eenzelfde lap tegen haar mond en neus. Ze ziet het zwart voor haar ogen worden.
De agent kijkt naar de twee bewusteloze jonge vrouwen. “Neem ze mee,” zegt hij. De twee mannen dragen ze de kamer uit. De agent doorzoekt ondertussen de kamer. Gesnik verraadt waar hij moet zijn. Hij loopt de badkamer in. Daar ziet hij een klein meisje dat hem met een betraand gezicht en bange ogen aanstaart. Ze zegt iets dat hij niet verstaat. Wanneer hij haar oppakt, begint ze hard te huilen en tegen te spartelen. “Stil,” zegt hij. “Je gaat een heel nieuw leven krijgen. Het leven dat je toebehoort.” Hij neemt het, nog altijd huilende, kind mee naar beneden. Daar wachten de mannen op hem. Hij drukt de herbergier een stapel bankbiljetten in de hand. Vervolgens gaan ze via de achterdeur naar buiten. Ze leggen de bewusteloze lichamen in een bestelbusje. Dan stappen ze in met het kind en rijden weg.
Volgende keer in Burning Ambition:
De laatste slag wordt in voorbereiding gebracht.