Episode 46: Dat is een lied zonder eind
Carmen kijkt verward naar Nathalie. Ze wil juist haar mond opendoen als ze een sleutel in het slot hoort gaan. Ze kijkt, net als Nathalie, naar de deur. Kim en Sven komen binnen. Aan hun gezichten is duidelijk te zien dat het gesprek op het politiebureau niet echt goed is verlopen. “Hoe ging het?” vraagt Carmen plichtsgetrouw. Kim trekt een gezicht. “Slecht. Brique houdt vol niets van dit alles af te weten…” ze aarzelt even, maar voegt er dan aan toe: “en we zijn erachter dat Ramon voor hem werkt.” Carmen trekt wit weg. “Nee. Zou hij hier iets mee te maken kunnen hebben?” “Ik weet niet wat ik ervan moet denken,” zucht Kim. “Ik dacht dat ik hem kende. Maar het lijkt erop dat hij ons niet meer wil kennen.”
Sven staart ondertussen naar Nathalie. Ze heeft duidelijk gehuild. “Nat… wat is er met je?” vraagt hij. Kim en Carmen richten nu ook allebei hun aandacht op Nathalie. “Ik… ik wil er niet over praten… niet nog eens,” zegt Nathalie. Ze staat op en loopt de kamer uit. Sven wil haar achterna lopen, maar Carmen houdt hem tegen. “Laat haar alsjeblieft. Ze heeft mij verteld wat er is gebeurd. Ik denk dat ze nu even alleen wil zijn.” “Maar ik ben haar broer…” begint Sven. Maar Carmen kapt het af. “Naar wat ik heb gehoord, heeft ze heel wat meegemaakt. Als we haar dat nu nog eens laten doormaken, dan doet dat geen goed.” Sven kijkt twijfelend van Carmen naar Kim. Kim schudt haar hoofd. Sven zucht en gaat zitten. “Kun jij ons dan vertellen wat er is?” vraagt hij aan Carmen. Carmen begint moeilijk te kijken. “Ze kan dit beter zelf vertellen. Maar dat moet ze doen als ze er aan toe is.” Sven knikt, maar zegt verder niets. Stiekem is Carmen opgelucht. Ze wil zelf ook niet praten over wat er is gebeurd. Ergens heeft ze het gevoel dat Nathalie, net als zijzelf, bang is voor wat haar broer van de waarheid zou vinden… De complete waarheid.
Die nacht ligt Nathalie in haar bed, in haar eigen kamer in de herberg, te woelen. Het is dus gebeurd. Ze heeft iets gedaan wat niet kan… wat niet mag… van haar ouders. En toch… toch voelde het ergens goed. Mijn oom had het over kiezen, denkt ze. Maar je kunt niet kiezen wie je bent.
De volgende ochtend wordt er vroeg op de deur geklopt. “Ogenblikje,” roept Kim in het Frans terwijl ze snel een trui aantrekt. Sven komt net aangekleed de badkamer uit. Wanneer Kim opendoet staat er een vertrouwde agent voor haar. Dezelfde die deze zaak tot nu toe heeft behandeld. “Juffrouw de Beurre, ik wil u vragen of u mee wilt komen. Er zijn nieuwe ontwikkelingen waar uw aanwezigheid bij wordt gewenst.” Kim knikt. Sven wil meelopen maar de agent houdt zijn hand op. “Dit is enkel voor juffrouw de Beurre. We willen u later spreken, maar zij is nu aan de beurt.” Kim glimlacht naar Sven. “Het komt wel goed,” zegt ze. “Let jij nou maar op de meiden.” Sven knikt en Kim volgt de agent mee de deur uit.
Kim zit achterin de politiewagen. Maar ze merkt al snel dat ze niet naar het politiebureau rijden. “Waar gaan we heen?” vraagt ze achterdochtig. “Er zijn nieuwe feiten in deze zaak,” zegt de agent geruststellend. “Meer kan ik er niet over zeggen. Alles zal duidelijk worden als we er zijn.” Kim knikt zwijgend. De rest van de rit is ze echter op haar hoede. Uiteindelijk stopt de auto bij een jachthuis aan de rand van het bos. Kim stapt uit en volgt de agent mee naar binnen. Binnen aangekomen zit een oude man in een stoel op haar te wachten.
“Welkom,” zegt de man vriendelijk terwijl hij naar een stoel gebaart. “Ga zitten.” Kim gaat aarzelend in de aangewezen stoel zitten. De agent loopt ondertussen de kamer uit en doet de deur dicht. “Wees niet bang,” zegt de man als Kim geschrokken uit haar stoel opstaat. “Je bent hier onder vrienden.” “Vrienden?” zegt Kim verbaast. “Ik weet niet eens wie u bent.” De man knikt begrijpend. “Mijn excuses. Ik ben Pascal Verre. Lang geleden werkte ik op Château Étalon… maar ik dien de familie Oiseau de Proie nog steeds.” “Hoe bedoelt u dat?” vraagt Kim, wiens aandacht gewekt is. “Laat ik kijken waar ik moet beginnen,” zegt Pascal. “Hoeveel weet je over de geschiedenis en de vloek?”
Een ongemakkelijk gevoel bekruipt Kim. Het kasteel is vernietigd. De vloek moet ten einde zijn! Of toch niet? “Ik heb gelezen over hoe de vloek is ontstaan nadat Alphonse Oiseau de Proie zijn broer vermoorde. Sindsdien mocht alleen een gekozen erfgenaam het kasteel erven.” “Precies,” zegt Pascal. “En de laatste erfgenaam was jij.” Kim laat haar hoofd zakken. “Het spijt me dat ik er niet in geslaagd ben om het te behouden,” zegt ze. Pascal schudt zijn hoofd. “Jou valt niets te verwijten. Jean-Pierre Brique heeft de situatie gemanipuleerd om zijn zin te krijgen. Dat heeft zijn familie eeuwen gedaan.” “Hoe weet u dat?” vraagt Kim geschrokken. “Daar kom ik later op terug,” zegt Pascal. “Eerst moet je meer weten over de geschiedenis en jouw afkomst. Alleen dan kun je het begrijpen.” “Wat weet ik dan nog niet?” vraagt Kim verward.
Pascal begint te vertellen. “Nadat Alphonse Oiseau de Proie was gevlucht en zijn vader was gestorven, was de jongste zoon de laatste mannelijke Oiseau de Proie om de familielijn in stand te houden. Zijn familie was hierdoor enorm verzwakt. De diverse adellijke huizen in de regio leefden in constante rivaliteit met elkaar. Het nieuwe hoofd van de familie deed een stoutmoedige zet. Hij verzamelde alle familiehoofden bij elkaar en gezamenlijk zwoeren ze hun rivaliteit af. Het symbool van dat pact werden de dolken die iedere familie had. De wapensmid uit die periode was een uitzonderlijk vakman en iedere familie had eenzelfde soort dolk, met kleine bijzonderheden speciaal volgens hun eisen gemaakt. Ze zwoeren dat, wanneer iemand de vijandigheden weer zou oppakken, de andere families gezamenlijk wraak zouden mogen nemen. Naar verloop van tijd werden dit legendes en verhalen over oude vloeken. Maar het pact is eeuwen gehandhaafd.” Pascal zucht even. “Althans dat dacht men. De kennis over het pact, en de dolken, ging per traditie over van vader op zoon als de tijd daar rijp voor was. Maar hoewel sommige families blij waren met het einde van de rivaliteit, gebruiken anderen het als een mogelijkheid om in het geniep hun tijd af te wachten en toe te slaan. Over de eeuwen heen groeide de macht van de familie Brique. Andere families verzwakten of stierven uit. De familie Brique werd in sommige gevallen verdacht, maar er was geen bewijs voor. Zo’n zeventig jaar geleden waren er in de regio nog drie adellijke huizen over: Brique, Oiseau de Proie en Ardeur…” Pascal kijkt Kim strak aan “Dat laatste huis waren jouw voorouders.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Belangenverstrengeling is dodelijk.