Episode 38: Het gelag betalen
Kim springt pijlsnel opzij zodat de man haar voorbij stuift. Ze draait zich snel om en neemt een gevechtshouding aan zoals haar Jiu Jitsu leermeester haar heeft geleerd. “Sven! Bel de politie!” roept ze naar boven. Maar dan moet ze haar aandacht weer richten op de man die tegenover haar staat. Hij kijkt haar aan met haat en walging. “Jij had niet mogen bestaan,” spuwt hij naar haar. Kim springt naar achteren, de tuin in. Hier heeft ze meer ruimte om te manoeuvreren. De man doet vanuit de gang een tweede uitval. Ze draait opzij en trapt tegen de wapenhand van de man. De man vloekt als hij zijn dolk uit zijn hand ziet vliegen. Hij gaat er niet achterna, maar duikt op Kim af. Kim neemt opnieuw een vechthouding aan. Zodra de man binnen bereik is, grijpt ze zijn arm en werpt hem over haar schouder. Daarna rent ze snel naar binnen en smijt de deur dicht.
Sven staat onderaan de trap met zijn telefoon in zijn hand. “Wat is er aan de hand?” roept hij. “Geef hier!” roept Kim. Ze grist de telefoon uit zijn handen. Ze draait snel 112. Ze legt snel uit wat er aan de hand is. Ze heeft nog niet opgehangen of ze horen een luid gebons op de deur. “Open die deur!” klinkt de stem van de man. Rauw, woedend… en bijna wanhopig. Vervolgens barst het matte glas van een van de ruitjes in duizenden stukjes als de man met het handvat van de dolk ertegenaan slaat. Een hand tast naar de grendel van de deur. “Naar boven Sven! Blijf bij Noa!” gilt Kim. Terwijl Sven de trap op rent, stuift Kim op de deur af en geeft een harde trap tegen de hand. De man schreeuwt het uit en trekt zijn arm terug. In zijn haast gaat zijn pols langs een stuk gebroken glas dat nog in het venster zit. Zijn gevloek slaat om in een pijnlijk gejammer terwijl bloed over zijn hand stroomt. De hand verdwijnt uit het zicht terwijl de man probeert de deur in te beuken. Maar de eikenhouten deur geeft geen krimp. Het bonzen wordt steeds onregelmatiger en zwakker, totdat het verdwijnt waarna alleen nog een gekweld gejammer over blijft. Even later klinkt een politiesirene. Dan horen ze stemmen roepen: “Opstaan! Ga bij die deur weg en hou je handen waar ik ze kan zien.” Na wat geworstel aan de andere kant van de deur wordt er gebeld. Kim kijkt door het gat in het matte glas en ziet een agent voor de deur staan. Ze doet snel open. Haar belager wordt afgevoerd naar de politieauto. Ondanks dat ze alleen zijn rug kan zien, is het duidelijk dat hij huilt terwijl hij zijn bloedende pols bedekt houdt.
Een paar dagen later zitten Kim, Sven, Fabian en Janine op het politiebureau. “We hebben de man geïdentificeerd als Bart Karos,” zegt de agent die verslag doet van het onderzoek. Janine hapt verschrikt naar adem. “Ken je hem?” vraagt Kim. Janine knikt. “We waren vroeger verloofd.” Ze werpt een blik op Fabian. “Maar toen leerde ik Fabian kennen. Omdat mijn gevoelens voor hem veel sterker bleken te zijn dan die voor Bart, liep onze verloving stuk.” Kim knikt. Dit verhaal heeft ze wel eens gehoord. “Hij zei dat ik niet had mogen bestaan. Als je met hem was getrouwd, was dat ook niet gebeurd. Maar waarom wil hij mij nu dan ineens na al die jaren vermoorden?” vraagt ze. Janine schudt haar hoofd. “Ik weet het niet.” Ze kijkt de agent aan. “Ik heb hem daarna nooit meer gezien of iets van hem gehoord. Wat is er daarna met hem gebeurd?” De agent schraapt zijn keel. “Zijn bedrijfje is vorig jaar failliet gegaan als gevolg van de crisis. Kennissen van hem beschreven dat hij steeds verbitterder en wanhopiger werd. Uiteindelijk is hij, voor zover wij dat kunnen nagaan, benaderd door ene Antoinette Brique uit Frankrijk.” “Madame Brique,” zucht Kim geërgerd. Die verwijt mij nog steeds dat haar man door mijn schuld is omgekomen toen Château Étalon afbrandde. Maar het is bewezen dat ik het niet gedaan kan hebben.” “Blijkbaar dacht Madame Brique daar anders over,” zegt de agent. “Op de rekening van de heer Karos is een aanzienlijk bedrag overgemaakt. En de dolk die hij hanteerde is geïdentificeerd als een model dat vroeger door de Franse aristocratie werd gebruikt in de regio waar Madame Brique woonde.” “Woonde?” vraagt Fabian. “Inderdaad,” zegt de agent. “We hadden genoeg aanwijzingen om Madame Brique te kunnen ondervragen. Maar toen de Franse politie haar opzocht, bleek ze dood te zijn.” “Dood?!” valt Kim verbaasd uit. “Hoezo dat?” De agent bladert het rapport door. “Volgens de patholoog-anatoom is ze gestorven aan een overdosis slaapmiddelen. Blijkbaar sliep ze sinds het overlijden van haar man slecht en was er volgens het personeel een grote hoeveelheid aan kalmerende middelen in huis.” “Kan ze per ongeluk teveel hebben genomen?” vraagt Fabian. “Dat lijkt niet waarschijnlijk,” zegt de agent. “De hoeveelheid in haar lichaam was te hoog om een ongeluk te kunnen zijn. Bovendien wordt het tijdstip van overlijden ingeschat op een paar uur nadat de Franse politie was langsgegaan bij Madame Brique. Ze hebben geprobeerd om madame Brique te spreken te krijgen. Maar ze was op dat moment niet beschikbaar. Uiteindelijk werd ze dood aangetroffen in haar kamer.” “Dus u denkt dat ze zelfmoord heeft gepleegd omdat ze inzag dat ze opgepakt zou worden?” vraagt Janine. “We sluiten momenteel niets uit,” zegt de agent. “De Franse politie heeft in ieder geval geen verdere aanknopingspunten.” Kim knikt. “Kan ik Bart Karos misschien zelf spreken?” de agent knikt. “We zullen hem voorbereiden op uw bezoek.” “Mooi. Ik wil hem graag zelf spr…” Kim valt stil als ze Sven ziet. Hij staart verkrampt naar een foto die op het bureau ligt. Ze raakt zijn schouder aan. “Wat is er?” vraagt ze. Sven kijkt op met een blik alsof hij een spook heeft gezien. “Die dolk,” zegt hij. De agent pakt de foto op en toont hem aan de aanwezigen. Op de foto staat een prachtig afgewerkte dolk afgebeeld. “Dit is de dolk waarmee de heer Karos u aanviel toch?” vraagt de agent. Kim knikt. “Maar mijn vader had vroeger precies zo’n zelfde dolk in zijn werkkamer hangen,” zegt Sven met een asgrauw gezicht.
Even later loopt Kim samen met Janine naar de bezoekersruimte. In het kamertje zit een man te wachten met een verband om zijn pols. In zijn ogen ligt een gekwelde blik. Wanneer ze tegenover hem gaan zitten, keurt hij Kim geen blik waardig. In plaats daarvan kijkt hij Janine aan. “Hallo Janine. Je ziet er goed uit.” Janine gaat er niet op in. “Waarom heb je dit gedaan?” vraagt ze. “Je bent nog net zo mooi als vroeger,” gaat Bart verder, alsof hij haar niet heeft gehoord. “Wij hoorden bij elkaar. Die Fabian had jou nooit van mij af mogen pakken.” Hij begint te grinniken. Maar dat gegrinnik slaat al snel om in gesnik. “En dat wicht daar had nooit jouw kind mogen worden!” brult Bart uit met gekwelde schreeuw. Hij legt zijn hoofd op de tafel en bedekt hem met zijn armen terwijl hij blijft kermen als een gewond dier.
Volgende keer in Burning Ambition:
De roep van het oude is te krachtig om te negeren.