Episode 35: In mensen een welbehagen
Het begint langzaam licht te worden. Thijs rekt zich uit in zijn oncomfortabele positie. “Morgen,” zegt Sven met een vermoeide stem. “Nog een beetje kunnen slapen?” “Hazenslaapjes,” geeuwt Thijs. Hij grinnikt. “Het was weer een beetje zoals vroeger op de jongenskamer in het rangerhome.” Sven grijnst. “Niks persoonlijks, maar ik word tegenwoordig toch liever wakker naast Kim, dan met jou en de andere jongens op de jongenskamer.” “Ik word ook liever wakker naast Julia,” zegt Thijs met een zucht. “Mis je haar?” vraagt Sven. “Hoe kom je daar bij?” vraagt Thijs. Sven zucht. “Het viel me gewoon op dat je de laatste tijd zo hard werkt. Gaat dat goed samen met Julia?” Thijs zucht. “Misschien niet,” zegt hij. “Er is hier zoveel te doen. En zonder Julia zou ik het nooit kunnen. Ik heb haar nodig.” “Alleen als collega?” vraagt Sven. Thijs trekt een gezicht. “Natuurlijk niet. Ik zou alles voor haar doen. Ze heeft afgelopen zomer haar eigen leven voor me geriskeerd door me te gaan zoeken. Door de aanval van die panda had ze kunnen sterven. Ik zou nog liever mijn leven voor haar geven, dan haar kwijtraken.” Hij laat zijn hoofd in zijn handen rusten. “Hoe heb ik dat kunnen vergeten? Julia was de laatste tijd minder vrolijk. Ik had dat moeten zien.” “Ambitie kan blind maken,” zegt Sven. “Ik was zelf zo geobsedeerd door de onmogelijke taak om mijn ouders tevreden te stellen, dat ik mezelf wegcijferde. Kim en Noa hebben me daarvan genezen. En tijdens dat gedoe om het kasteel te behouden, gaf Kim alles wat ze had. En het maakte haar ongelukkig. Begrijp me niet verkeerd. Het verlies van het kasteel is voor ons allemaal moeilijk. Maar ik merk dat Kim weer zichzelf aan het worden is.” “En nu denk je dat dit ook voor mij geldt? Dat ik teveel bezig ben met mijn werk?” vraagt Thijs. Sven kijkt hem aan. “Dat kan jij alleen bepalen. Je moet je het volgende afvragen: Wat moet ik opgeven om mijn ambitie te vervullen en is het dat waard?” Thijs wil zijn mond opendoen om te antwoorden, maar dan horen ze een ronkende motor. In de verte zien ze de tractor aankomen met Julia en Kim.
Wanneer de tractor stopt, klimmen Julia en Kim er direct uit. Ze rennen op Thijs en Sven, die uit de jeep zijn gestapt, en omhelzen hen. Daarna gaan ze snel aan de slag. Met overalls aan en veiligheidsbrillen en –helmen op, beginnen ze de boom in kleinere stukken te zagen, waarna de tractor ze van de weg sleept.
Wanneer de laatste stukken zijn versleept, staan ze even bij elkaar om de gebeurtenissen van de afgelopen nacht te bespreken. Sven vertelt net over de panter als ze geritsel horen. Ze kijken naar het struikgewas en zien daar een panda staan, die op het geluid is afgekomen. Julia staat even verstijfd aan de grond. Thijs knijpt in haar hand. Dan staart ze het dier direct aan. “Rustig maar. We zullen je niets doen,” zegt ze op rustige toon. Ondertussen gebaart ze dat ze achteruit moeten lopen. Kim en Sven lopen naar de tractor en Julia en Thijs naar de jeep. Thijs heeft intussen zijn verdovingsgeweer op de panda gericht. Maar terwijl ze achteruit lopen, begint het dier zijn interesse te verliezen. Hij beschouwt ze duidelijk niet als een bedreiging. Het dier loopt terug naar de bosrand, richting de bamboebosjes. Iedereen haalt opgelucht adem. Dan stappen ze snel in de wagens om terug te gaan naar het kamp.
“Dat was erg indrukwekkend met die panda,” zegt Thijs terwijl de jeep de tractor volgt. Julia haalt haar schouders op. “Jij moest me even wakker schudden. Ik moest direct aan die aanval denken.” “Maar je wist nu wat je moest doen,” zegt Thijs. “En je deed het zonder verder te aarzelen. Ik ben trots op je.” Julia bloost maar protesteert niet. Thijs kijkt even opzij. En terwijl hij naar Julia kijkt, heeft hij zijn antwoord op de vraag die hij zichzelf moest stellen. “Julia… Ik ben de laatste tijd zo druk bezig geweest met het reservaat, dat ik uit het oog ben verloren wat ik nog belangrijker vind; Jou. Ik hou van je en ik wil niet dat je door mij ongelukkig moet zijn. Ik denk dat het tijd wordt om te gaan kijken hoe we het beheer van het reservaat kunnen overdragen aan de plaatselijke natuurbeschermers. Dan kunnen wij verder en een oude belofte nakomen. Julia kijkt hem verbaasd aan. Maar haar ogen stralen. “Dat lijkt me fijn,” zegt ze zachtjes. Thijs glimlacht. De rest van de rit, brengen ze in stilte door.
Terug in het kamp, ruimen Julia en Kim het gereedschap op zodat Thijs en Sven kunnen douchen. Thijs gaat echter eerst naar het kantoor om een paar dingen op te starten voor de uiteindelijke overdracht van het reservaat. Sven gaat naar de doucheruimte die verdeeld is in verschillende compartimenten. Zodra Sven klaar is, kleedt hij zich snel aan en loopt naar het kamertje van Noa. Daar aangekomen zit Carmen bij het bedje van Noa. “Kijk eens wie daar is,” zegt Carmen. Noa is duidelijk in een vrolijke bui. Ze lacht en strekt haar armpjes uit. “Papa,” zegt ze dan ineens. Sven kijkt even verbaasd, maar haalt Noa dan uit haar bedje en geeft haar een dikke knuffel. “Ja. Papa is hier,” zegt hij met tranen in zijn ogen.
“Heb je nog met Thijs gesproken?” vraagt Kim terwijl ze de motorzaag opbergt in de kast. “Dat hoefde niet,” zegt Julia. “Thijs begon er zelf over.” “En?” vraagt Kim nieuwsgierig. “We gaan proberen het reservaat over te dragen, zodat wij verder kunnen reizen.” “Dat is fantastisch!” zegt Kim enthousiast. “Zie je? Je hebt je druk gemaakt om niets.” “Daar lijkt het op,” geeft Julia toe. “En wat betreft jouw andere probleem… daar gaan we nu iets aan doen. Kom mee.” “Waar gaan we naartoe?” vraagt Julia. Kim zegt niets, dus Julia volgt Kim naar haar kamer. Daar aangekomen stuurt Kim Sven, die daar nu inmiddels met Noa zit en die tot haar vreugde vertelt over Noa’s eerste woordje, de deur uit. “Dit zijn meisjeszaken,” zegt Kim. Sven haalt zijn schouders op en neemt Noa mee naar de woonkamer. Carmen blijft zitten. “Oké, wat nu?” vraagt Julia. “We gaan jou wat meer zelfvertrouwen geven,” zegt Kim. “Voordat we uit Nederland vertrokken, heb ik wat nieuwe spullen aangeschaft. Maar ik denk dat jij er meer aan hebt dan ik. Ze loopt naar haar kast en haalt iets tevoorschijn. “Ik ga maar vast aan het eten beginnen,” zegt Carmen snel. “Hier heb je mij niet bij nodig toch?” “Nee, dat komt wel goed,” zegt Kim. Zodra Carmen de deur uit is, reikt ze Julia de nieuwe spullen aan. Julia bekijkt ze wantrouwig. “Dat kan toch nooit bij mij?” zegt ze ongelovig. “Bij jou, ongetwijfeld. Maar niet bij mij.” “Geloof me. Het gaat ook bij jou,” zegt Kim. Julia probeert het en tot haar grote verrassing en vreugde gaat het prima. “Zo,” zegt Kim. “Nu zul je die onzekerheid over jezelf ook niet meer voelen. Of wel?” Julia schudt haar hoofd. Ze omhelst Kim. “Dank je wel. Nu kan Kerst niet meer stuk.” “Als je hier goed gebruik van maakt, zeker niet,” lacht Kim.
Thijs loopt vanuit de doucheruimte terug naar de kamer van hem en Julia. Julia zit op een stoel, met haar overall nog aan, aantekeningen te maken. Ze kijkt op. “Meende je echt wat je zei?” vraagt ze. “Natuurlijk,” zegt Thijs oprecht verbaasd. “Ik maak echt geen grapjes als het om de toekomst gaat.” Hij gaat op het bed zitten om zijn schoenen aan te trekken. Hij kijkt echter op wanneer hij Julia hoort zeggen: “Dat wou ik gewoon even horen.” Ze staat op en loopt naar hem toe. “Het is Kerst. Ik heb je je cadeautje nog niet gegeven.” “Dat ligt toch nog onder de boom?” vraagt Thijs. “Die gaan we straks uitpakken.” “Dit is een speciaal cadeautje,” zegt Julia. Ze reikt naar de ritssluiting van haar overall en maakt hem langzaam los. Vervolgens laat ze de overall op de grond glijden, zodat ze alleen nog maar een prachtig nieuw lingeriesetje draagt. Thijs kan haar alleen maar aankijken met bijna uitpuilende ogen. Julia maakt van zijn verwarring gebruik door op zijn schoot te gaan zitten en haar armen om zijn nek te slaan. “Wie ben je en wat heb je met Julia gedaan?” weet Thijs uit te brengen. Julia glimlacht ondeugend. “Deze nieuwe Julia is jouw cadeau. Wat zelfverzekerder… en sexier.” Ze buigt zich naar hem toe en fluistert in zijn oor: “En de rest mag je zelf uitpakken.” Thijs lacht. “Jij blijft me verrassen,” zegt hij. Hij zoent haar. Terwijl hij haar teder op haar rug neervlijt, begint hij de sluiting van haar bh los te maken.
Die avond, na het eten, zit iedereen bij elkaar in de woonkamer. Sven speelt op een gitaar terwijl hij rustige Kerstliedjes zingt. Kim zit met Noa op haar schoot, Carmen zit op een stoel te luisteren en Julia en Thijs hangen tegen elkaar aan alsof ze weer net verliefd zijn.
Zodra Sven is uitgespeeld, neemt Carmen het woord. “Een paar maanden geleden, toen mijn ouders overleden, dacht ik dat ik niks meer had. Ik moest met mijn broer mee en was alles behalve blij met waar ik naartoe werd gebracht. Ik heb dan in het begin ook niet mijn best gedaan om er iets van te maken.” Ze pauzeert even omdat Kim en Sven een beetje grinniken. Dan vervolgt ze haar speech. “Maar jullie hebben me laten inzien, dat als ergens liefde en vriendschap is, dat je daar altijd een thuis kunt vinden en een familie kunt hebben in je hart.” Ze slikt even wanneer er tranen in haar ogen opwellen. “Ik wil gewoon zeggen hoe blij ik ben dat ik bij jullie mag zijn en dat jullie heel veel voor mij betekenen. Ik hou van jullie.” Wat daarop volgt is een hele serie van omhelzingen, tranen en lieve woorden. Wanneer iedereen weer een beetje is gekalmeerd, haalt Julia een fles wijn tevoorschijn en schenkt iedereen een glaasje in. Thijs heft zijn glas. “Vrolijk Kerstfeest. Op de liefde, vriendschap en familie.” “Proost!” zegt het groepje in koor.
Samen drinken, praten en lachen ze. Simpelweg genietend van elkaars gezelschap.