Episode 30: Hoogmoed en vrede is water en vuur (Cliffhanger)

Inferno staat onrustig met zijn hoeven te schrapen. Kim legt haar hand op zijn hoofd en streelt hem troostend. “Rustig maar,” zegt ze zachtjes terwijl ze de vurige zwarte hengst probeert te kalmeren. Ze wilde nog een laatste ronde maken door en rond het kasteel, voordat ze het achter zich laat. Sven komt aanlopen met Noa in een draagbuidel. “Alles is ingeladen,” zegt hij. Kim knikt. Ze haalt haar hand van Inferno’s hoofd en loopt naar Sven toe. “Ik ga naar Ramon. Hij en ik moeten de laatste sleutels aan Brique overdragen. Hij wil ze persoonlijk in ontvangst nemen.” Sven knikt en Kim verlaat de stallen. Even later komt Carmen binnen. “Jij wilde ook afscheid van ze nemen?” vraagt ze. Sven knikt terwijl hij het hoofd van Blaze streelt. De bruine merrie laat hem rustig begaan. Met haar neus komt ze dicht bij Noa, die zich niets aantrekt van de warme adem van het dier en met ontzag blijft staren. Carmen loopt zelf naar Nova toe, een wit veulen dat als laatste geboren is in de stallen. Ze streelt de manen van het jonge dier dat ze zo vaak heeft verzorgd tijdens haar verblijf op het kasteel. “Ik ga jou erg missen,” fluistert ze zachtjes. Het veulen hinnikt zachtjes terug. Sven loopt naar haar toe en legt zijn hand op haar schouder. “Laten we maar gaan. Het wordt er toch niet makkelijker op. Het nieuwe personeel neemt het over.” Carmen knikt. De afgelopen week, hebben ze de nieuwe mensen helemaal ingewerkt. “Ik wou gewoon dat dit niet hoefde,” zegt ze terwijl ze naar buiten lopen. Sven knikt.

Kim en Ramon lopen naar Brique toe die, samen met zijn vrouw, naar het kasteel is gekomen. Madame Brique kijkt enigszins waarderend naar het kasteel. Maar zodra ze Kim en Ramon in het oog krijgt, verandert haar blik weer in hooghartig en minachtend. Kim huivert inwendig. Ze overhandigt Brique de laatste sleutels van het kasteel en een lijst met objecten die ze meenemen. Brique werpt er een vluchtige blik op. “Stoffige boeken, een paar oude wapens, antiek speelgoed… en een paar flessen wijn van een uitstekend jaar. Ik kan niet al jullie keuzes bevatten, maar ik waardeer liefhebbers van goede wijn.” Hij geeft Kim de lijst terug. “Enfin. Als dat alles is, dan is het denk nu wel afgehandeld.” “Dat denk ik ook,” zegt Kim, terwijl ze de zelfvoldane blik van Madame Brique probeert te negeren. Ze schudt Brique’s uitgestoken hand. “Zorg goed voor het kasteel,” zegt ze. “Dat zal ik doen,” zegt Brique.

Sven en Carmen staan bij de auto’s te wachten wanneer Kim en Ramon aan komen lopen. “Jullie gaan zo naar het landhuis van Brique?” vraagt Kim. Ramon knikt. “We kunnen daar wonen totdat ik een huisje heb gevonden. Ik ga voor Monsieur Brique werken, als accountant voor zijn bedrijf.” “Succes dan maar,” zegt Sven. “We logeren een paar dagen in de herberg in het dorp voordat we terug gaan naar Nederland. Dus als jullie ons op willen zoeken…” Carmen kan niets zeggen en omhelst hem alleen maar. Na een hele serie omhelzingen, stapt iedereen in de auto’s en gaan ieder een andere kant op.

Terwijl de avond valt, kijkt Carmen onwennig het gastenvertrek rond. Ze richt haar blik op het raam. Het uitzicht is totaal anders. Nu beseft ze pas hoe erg ze het kasteel zal gaan missen. Ze schudt haar hoofd. Het wordt tijd dat ze eens met Ramon gaat praten over hoe het verder moet. Ze loopt haar kamer uit en loopt de gang door naar Ramons kamer. Daar aangekomen, hoort ze stemmen aan de andere kant van de deur. Nieuwsgierig legt ze haar oor tegen de deur. Ze hoort Ramon praten met een vrouw, maar ze kan niet verstaan wat er wordt gezegd. Heel voorzichtig doet ze deur een klein stukje open. Ze hoort nu dat Ramon met Madame Brique praat. “Zorg ervoor dat je zusje er niet achter komt dat je mijn man hebt geholpen met de aankoop van het kasteel,” zegt de bekakte stem streng. “Dat zal niet gebeuren,” zegt Ramon. “Ze gedraagt zich de laatste tijd keurig. Maar ze zal niet begrijpen waarom ik het heb gedaan.” Carmen doet heel voorzichtig de deur dicht. Haar hart gaat heel snel. Ramon heeft Brique geholpen? Ze moet hier weg. Ze moet dit aan Kim en Sven vertellen. Ze pakt een tas met persoonlijke spullen die ze nog niet had uitgepakt en glipt snel de kamer uit. Ze weet ongezien het landhuis uit te komen. Ze laadt haar tas op een van de dienstfietsen en racet door de schemering naar het dorp.

Er klinkt luid gebons op de deur van de kamer van Kim en Sven. Noa begint te huilen door de herrie. Kim haalt haar uit haar bedje terwijl Sven naar de deur loopt. Met een boos gezicht doet hij de deur open, zodat hij de herrieschopper de waarheid kan zeggen. Maar zijn blik verandert direct wanneer hij Carmen ziet. Ze lijkt behoorlijk van streek. “Wat is er?” vraagt Sven terwijl hij haar binnen laat. “Waar is Ramon?”

Madame Brique verlaat eindelijk het gastenvertrek. Ramon wacht eventjes en loopt dan naar de kamer van Carmen. Nadat hij een paar keer, zonder antwoord, heeft geklopt, gaat hij naar binnen. Carmen is er niet. En een van haar tassen is weg. Een angstig gevoel bekruipt hem. Hij haast zich terug naar zijn kamer, pakt zijn jas en haast zich naar zijn auto. Hij moet haar zien te vinden.

Brique kijkt tevreden uit het raam van zijn nieuwe kasteel. Eindelijk heeft hij het voor elkaar. Al het land in de directe omgeving is nu van hem. Hij heeft lang op dit moment moeten wachten. Maar het is hem gelukt. Hij kijkt nog eenmaal naar de lichtjes van het dorp in de verte en begeeft zich dan naar zijn tijdelijke suite. Zijn vrouw wilde liever in het landhuis slapen. Maar hij wil hier een paar nachten verblijven om te genieten van zijn nieuwe aanwinst, voordat de aannemers komen om er het nodige aan te verbouwen. Hij gaat zijn suite binnen, kleedt zich om en stapt in bed. Al snel ligt hij te slapen.

Kim kijkt woedend naar Carmen, nadat ze haar verhaal heeft gedaan. “Ik wil gewoon niet geloven dat Ramon dit heeft gedaan,” zegt ze terwijl ze Noa weer in bed legt. “Hij heeft zich altijd ingezet voor het kasteel en ons gesteund tijdens al onze problemen.” “En toch is het waar,” zegt Carmen. Ze kijkt Sven aan. “Jij zei dat ik de waarheid moest spreken en dat jij me zou vertrouwen. Alsjeblieft. Vertrouw me hier nu in.” Sven kijkt Kim aan. “Ik wil horen wat Ramon hierop te zeggen heeft,” zegt hij. Kim zucht. Ze pakt haar telefoon en kiest het nummer van Ramon. Ze zet hem op de speakerphone. “Hallo? Kim?” klinkt het al snel. “Ramon, ik heb Carmen hier en zij zegt dat jij Brique hebt geholpen.” Er klinkt stilte over de telefoon. “Ik zit nu in mijn auto,” horen ze dan. “Ik kom zo snel mogelijk naar jullie toe.” Vervolgens hangt Ramon op. De daarop volgende minuten brengen ze in stilte door. Sven en Carmen zitten stil op het bed terwijl Kim onrustig loopt te ijsberen. Uiteindelijk wordt er op de deur geklopt. Kim loopt snel naar de deur en doet open. Ramon komt binnen en kijkt indringend naar Carmen. “Hoe kom je op die onzin?” vraagt hij scherp. Carmen kijkt hem boos aan. “Ik hoorde je met Madame Brique praten over jullie deal.” “Heb je ons afgelui…” reageert Ramon kwaad, voordat hij beseft dat hij zich heeft versproken. Kim, die nog steeds bij de deur staat, fronst haar wenkbrauwen. “Dus het is waar,” zegt ze op dreigende toon. Ramon zucht. “De zaak was niet meer te redden. Brique beloofde het kasteel voor een goede prijs te kopen en mij een baan in ruil voor mijn hulp. Ik moest ook aan de toekomst denken. Van mij, van Carmen en die van jullie. Niemand was er goed afgekomen door een faillissement. Ik wilde jullie alleen maar helpen.” Sven staat op en kijkt Ramon dreigend aan. “De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen,” zegt hij bitter. Vervolgens keert hij Ramon de rug toe. Carmen loopt naar haar broer toe en geeft hem een klap in zijn gezicht. “Dit bedoelde je dus met dat je alles zou doen voor je familie. Papa en mama zouden zich in hun graf omdraaien.” “Eruit,” is het enige dat Kim zegt. Als Ramon nog iets wil zeggen, fronst ze nog meer en neemt een gevechtshouding aan. Ramon zucht berustend. Wat hij vreesde is gebeurd. De waarheid is ontdekt en zijn vrienden en familie verstoten hem. Hij verlaat zwijgend de kamer. Hij is de drempel nauwelijks over of de deur wordt achter hem dichtgeduwd. Hij verlaat zuchtend de herberg. Hij moet iets doen. Maar Brique was heel duidelijk: hij mag onder geen beding worden gestoord. Er is weinig wat Kim tegen Brique kan doen. Ze heeft geen hard bewijs. En Brique zal alles ontkennen. Hij is machtig genoeg om vrijuit te gaan. De enige die hierdoor in de problemen kan komen is hijzelf. Als Kim naar Brique of de politie stapt, zal Brique hem straffen. Hij stapt in zijn auto en rijdt weg. Hij weet niet wat hij moet doen.

“Hoe kon hij dit nou doen?” zegt Kim. “Ik vertrouwde hem als een broer.” Ze kijkt naar Carmen die er ongewoon stilletjes bijzit. “Sorry dat ik je niet wilde geloven.” Carmen schudt haar hoofd. “Je had meer reden om Ramon te geloven dan mij.” “Wat ga je nu doen?” vraagt Sven. “Ik weet het niet,” zucht Carmen. “Ik heb geen geld, geen plek om te wonen. En door Ramon ook geen familie meer die ik wil kennen.” Kim denkt even na. “Je kunt zolang wel bij ons blijven,” zegt ze. “We moeten zorgen dat we het kasteel terugkrijgen… Maar eerst moeten we zorgen dat we goed uitgerust zijn. Sven, kun jij ervoor zorgen dat ze hier een kamer krijgt?” Sven knikt. Hij en Carmen lopen de deur uit. Kim wacht even tot ze weg zijn. Dan begint ze in een kussen te stompen. Noa slaapt rustig door alles heen.

Gedurende de nacht liggen het dorp en het, inmiddels aanzienlijk uitgebreide, landgoed van Brique er vredig bij. Maar er hangt een gure wind en kwade, onbekende krachten trekken samen rond hun doelwit: Château Étalon.

Brique ligt zwetend in zijn bed. Hij slaapt erg onrustig, totdat hij met een schok wakker wordt. Hij gooit de dekens van zich af. Hij heeft het ontzettend warm. Hij haalt een paar keer diep adem in de hoop een beetje lucht te krijgen. En dan ruikt hij opeens een geur. Een geur die hem met angst vult: Brand! Hij stapt snel uit bed en loopt naar de deur van zijn suite. Wanneer hij de deur opent is het alsof hij een klap krijgt. Rook walmt door de gang en prikkelt zijn neus en longen, de geur van verkoold hout is overal en de hitte is vrijwel ondraaglijk. Snel begeeft hij zich naar de trappen. Maar daar aangekomen ziet hij dat het vuur daar al is. “Merde!” vloekt hij. Het prachtige houtwerk dat door het hele kasteel te vinden is, brandt alsof het papier is. En het hout is overal. Als hij hier niet snel wegkomt, dan zal alles straks in lichterlaaie staan. Waar blijft de brandweer? denkt hij. Waarom ging het alarm niet af? En terwijl hij zich die vragen stelt, realiseert hij zich wat er aan de hand is. Hij slaakt een wanhoopskreet bij die wetenschap. Vervolgens wordt hij overvallen door een hoestaanval. Hoestend van de rook, wendt hij zich af van de brandende trap. Hij haast zich de gang door naar de andere trap. Maar daar aangekomen ziet hij precies hetzelfde. Hij zit in de val. Springen vanaf de tweede verdieping heeft geen zin. Dan is hij ook zo goed als dood. Maar liever zo mijn kansen wagen, dan levend verbranden, denkt hij. Duizelig door de hitte en rook, wankelt hij naar zijn kamer terug. Een paar meter voor zijn raam begint het voor zijn ogen te draaien. Gedesoriënteerd valt hij op de grond. Ik zat fout! Hoe heb ik mij zo kunnen vergissen? denkt hij. Zijn laatste gedachte, voordat de duisternis hem omarmt, is aan zijn familie, die door zijn daden nu verdoemd is.

Kim en Sven worden wakker van een hoop lawaai, zowel in de herberg als buiten, in het dorp. Slaapdronken loopt Kim naar het raam. Haar adem stokt in haar keel. In de verte, boven de bomen, is de zwarte nachtelijke hemel oranje gekleurd. “Het kasteel staat in brand!” roept ze. Noa wordt wakker en begint te huilen. Op dat moment wordt er op de deur geklopt. Sven doet open en Carmen komt binnen. “Heb je het gezien?” zegt ze. “Het kasteel staat in brand.” “Ik weet het,” zegt Kim. “Ik moet er heen.” “Je kunt niet alleen gaan,” zegt Sven. “Iemand moet bij Noa blijven,” zegt Kim. “Ik doe dat wel,” zegt Carmen terwijl ze Noa uit haar bedje haalt en haar begint te wiegen. “Gaan jullie maar.” Kim en Sven kijken haar even aan, knikken dan en beginnen zich snel aan te kleden. Ze haasten zich naar buiten. Carmen blijft achter met Noa. “Het komt wel goed,” zegt Carmen tegen Noa. Hoewel ze het zelf nauwelijks kan geloven. Noa kijkt haar verwonderd aan.

Wanneer hun auto even later bij het kasteel arriveert, ziet Kim tot haar schrik dat de brand al ver gevorderd is. De brandweer is er en de politie heeft alles afgezet. Vanuit de stallen klinkt paniekerig gehinnik. Er zijn al mensen bezig om de paarden te evacueren. Ze rent er samen met Sven naartoe, maar worden tegengehouden. “Ik ken die paarden. Laat ons helpen!” schreeuwt Kim tegen de agent, Maar die wil daar niets van weten en dwingt ze naar achteren. Kim schudt machteloos haar hoofd. Het enige dat ze kan doen is toekijken hoe het kasteel brandt.
Terwijl ze naar het vuur staart, herinnert ze zich haar nachtmerrie van maanden geleden. Daarin had ze het kasteel in brand zien staan.

De brand bestrijkt het gehele dak, de toren gaat gedeeltelijk schuil achter hoge vlammen en de ramen lijken vuur te spuwen. Mensen rennen heen en weer om het vuur te blussen. Maar het lijkt een verloren strijd.

Ze ziet ditzelfde tafereel nu voor zich. En terwijl ze zich de droom herinnert, dringt de betekenis van de vloek tot haar door. Volgens de vloek mag alleen een gekozen erfgenaam het kasteel bezitten, anders…
Nu weet ze wat dit betekent: Als het kasteel niet in handen is van een gekozen erfgenaam, zal het ophouden te bestaan, denkt ze. Het volgende moment klinkt er een luid gekraak. Het houtwerk is te erg verzwakt door het vuur. Het dak stort in en een nieuwe golf van vlammen wordt uitgebraakt vanuit het ontstane gat. Kim begraaft haar gezicht in de schouder van Sven terwijl ze haar tranen laat stromen. Sven streelt haar door haar haren. Maar hij weet niet wat hij verder kan doen. Terwijl ze daar zo staan, kan hij alleen maar machteloos toekijken hoe Château Étalon vlammend ten onder gaat.

CopyRight (C) 2009 - 2011 - Jeske & Patrick-M
Elke overeenstemming met bestaande personages berust op toeval.
De gebruikte foto's zijn alleen gebruikt ter vermaak van de lezer
en heeft op geen enkele manier te maken met de afgebeelde persoon.
Wij streven er naar om alle rechten te controleren,
mocht u materiaal tegen komen wat van u is,
dan kunt u contact met ons opnemen
waarna wij dit materiaal van de site kunnen verwijderen.