Episode 3: De een zijn dood is de ander zijn brood
“Jaja… een vloek. En waarom hebben we daar nog niks van gemerkt dan?” Sven haalt zijn schouders op. “Zo ver ben ik nog niet.” Hij legt het boek naast zich neer en trekt Kim dan bij hem op schoot. Zij slaat haar armen om zijn nek en geeft hem een zoen. “Noa slaapt zeker al.” Als Sven knikt, loopt Kim naar boven om even bij haar dochtertje te gaan kijken. Sven kijkt nog even hoe ze de kamer uit loopt, waarna hij het boek weer voor zich neemt en verder leest.
Het is al laat als Sven naast Kim in bed stapt. “Hé, heb je de hele tijd nog zitten lezen?” vraagt Kim, die wakker is geworden. Sven knikt. “Ja ik ben er eindelijk uit.” “Oké. Ik heb daarstraks nog even in de agenda gekeken, Monica komt morgen terug van vakantie dus dan hebben we weer extra handen. We zullen het nog wel druk krijgen de komende tijd. Maar goed, waar ging dat verhaal nou over?” Kim kruipt tegen haar vriendje aan. “Nou het was een soort legende,” begint Sven. “Het verhaal gaat namelijk dat er honderden jaren geleden hier in het kasteel een oude man woonde met vier zonen. De oudste zoon was de erfgenaam van het kasteel, maar hij stierf al jong. De tweede zoon die toen erfgenaam was, was vastbesloten het kasteel van zijn vader over te nemen, maar de derde zoon wilde het kasteel maar wat graag hebben. Toen zijn vader ziek werd, vermoorde hij daarom zijn oudere broer, want dat zou hem erfgenaam maken. Zijn jongste broer betrapte hem echter, waardoor hij wegvluchtte. De jongste zoon was toen de nog als enige overgebleven erfgenaam. Zijn vader heeft hem vlak voor zijn dood gezworen dat het kasteel enkel in handen mocht komen van ware familieleden.” Kim kijkt hem aan. “Maar dat ben ik niet,” zegt ze dan vertwijfeld. “Dat klopt, de oude vrouw was de laatste uit de bloedlijn, maar hé het is maar een verhaal waarschijnlijk bedacht door een of ander erg fantasierijk familielid.” Kim legt haar hoofd op Svens borst. “Ja, vast. Wie gelooft er dan ook in dat soort onzin,” zegt ze stoer.
De volgende ochtend is Kim al vroeg uit de veren. “Hier, doe jij je dochter even in bad wil je? Dan breng ik schone lakens naar de kamer van Monica zodat ze vanavond in een fris bed kan slapen.” Sven die net de slaap uit zijn ogen wrijft krijgt Kim in zijn armen. “Ja, jij ook goede morgen.” Hij geeft Kim een zoen waarna hij Noa van haar overneemt. “Dag prinsesje van me, heb jij lekker geslapen?”
“Zo, jij bent bruin geworden!” lachend loopt Kim op Monica af. Ze is een stagiaire uit Nederland en een van hun beste mensen. Na de begrafenis was ze op een, van te voren al vast staande en zeker verdiende, vakantie gegaan. Ze zag er, nu ze terug was, goed uit met haar zongebruinde huid, ze zag er sowieso van nature goed uit vond Kim. Monica zet haar tassen op de grond en omhelst Kim even. “Ja het was super. Knappe jongens, mooie stranden, lekker zonnetje.” Terwijl ze dat laatste zegt werpt Monica een blik op de grijze lucht boven hen. “Tja het mag dan net lente in zuid Frankrijk zijn, het lijkt nog gewoon winter,” lacht Kim terwijl ze een van de tassen van Monica oppakt en met haar mee loopt naar haar kamer. Nadat Monica uit gepraat is over haar vakantie praat Kim haar bij over de stand van zaken op het kasteel. “Dus, zoals je snapt is er werk aan de winkel.” Monica knikt. “Nou, dan pak ik mijn spullen uit en ga ik daarna aan de slag.”
Kim komt de keuken binnen, waar Sven net het flesje van Noa opwarmt. “Monica is er weer.” Terwijl ze dat zegt pakt ze Noa uit de box. “Geef mij het flesje maar, dan kun jij ook verder, ik ga toch zo naar kantoor om de condoleances te beantwoorden dan ben ik daar tenminste vanaf. Noa leg ik daar wel neer, dan kan ik een oogje in het zijl houden.” “Mooi, dan ga ik naar de stallen, want daar moet het ook verder.” Hij geeft Kim het flesje en een zoen, waarna hij vertrekt.
“Zo, jij bent al snel aan de slag gegaan.” Sven kijkt naar Monica die in haar overall in de schuur staat. “Ik dacht dat je nog wel op je kamer zou zijn, Kim zei dat je net terug was.” “Nee, als er veel te doen is dan ga ik meteen aan de slag. Dat weet je toch,” zegt ze en ze knipoogt naar Sven.
Volgende keer in Burning Ambition:
Er moet worden gedacht aan de toekomst. Maar heden en verleden lopen door elkaar heen en werpen een schaduw.