Episode 23: Eigen gaat voor vreemd
Ramon moet moeite doen om niet in lachen uit te barsten. “U wilt dat ik u help om het kasteel te kopen?” vraagt hij. Brique knikt. “Jij als geen ander weet hoe het er financieel voor staat. Jij kunt jouw baas er van overtuigen dat het voor haar beter is om het kasteel te verkopen.” Ramon schudt zijn hoofd. “Vergeet het maar. Dat kasteel is van Kim en ze zal het niet verkopen.” Brique schudt zijn hoofd. “Je stelt me teleur monsieur el Tiburón. Ik had verwacht dat iemand met jouw kennis van zaken wel wat… realistischer zou zijn. Jullie kasteel heeft een slechte naam en daarom mijden de kopers jullie nu.” “Dat is maar tijdelijk,” zegt Ramon terwijl hij opstaat. “Ik zal uw interesse doorgeven. Maar als ik u was zou ik er niets van verwachten.” Zodra hij zich omdraait en weg wil lopen, hoort hij Brique zeggen: “Wat jammer nou voor je zusje.” Ramon draait zich direct weer om en kijkt Brique nijdig aan. “Als u mijn zusje iets aan wilt doen om mijn steun te krijgen dan…” Brique houdt zijn hand op. “Rustig maar. Ik bedreig je niet. Ik doe niet aan zulke dingen. Ik vermeld alleen maar een feit. Het is, gezien jullie huidige toestand, een kwestie van tijd voordat jullie failliet gaan. Met de huidige crisis is het lastig werk vinden voor een accountant die de financiën deed voor een bedrijf dat failliet ging. En wat moeten jij en je zus dan? En wat moet je baas dan?” Ramon kijkt Brique lang aan. “Ik waag het erop,” zegt hij. “Dank u voor uw uitnodiging.” Brique knikt. “Hou mijn aanbod in gedachten. Het is voorlopig nog geldig.” Brique pakt vervolgens de menukaart om duidelijk te maken dat het gesprek afgelopen is. Ramon loopt het restaurant uit, terug naar zijn auto. Gedurende de rit terug naar het kasteel en de rest van de nacht blijft het gesprek door zijn hoofd spoken.
Wanneer Ramon het voorstel van Brique de volgende dag voorlegt, krijgt hij de verwachte reactie.
“Hoe komt hij erbij om zo’n voorstel te doen?!” roept Kim kwaad. “Het gaat even slecht en direct duikt hij erop als een aasgier.” “Waarschijnlijk wil hij er een hotel van maken. Of een privéonderkomen,” zegt Sven. “Hij doet dit gewoon om ons te pesten,” zegt Kim. “Je hoorde wat dat rotwijf van hem zei. Ze willen gewoon bewijzen dat alleen de adel voor een kasteel kan zorgen.” Sven knikt. “Hier gaan we natuurlijk niet op in toch?” “Tuurlijk niet,” zegt Kim. “Hij probeert ons gewoon bang te maken met verhalen over een faillissement.”
Carmen sluipt langzaam naar de deur van het kantoor. Ramon en de anderen zijn weer in bespreking. Ze duwt de deur voorzichtig op een kier. Sven heeft haar een hele lijst met rotklusjes gegeven terwijl hij zelf op kantoor zit. Ze houden haar er vast expres buiten. Maar met wat zij heeft gelezen, snapt ze waarschijnlijk meer van wat zich hier afspeelde dan wie dan ook. Als ze nu ook meer te weten kan komen over de huidige situatie, dan kan ze daar vast haar voordeel mee doen bij haar broer. Dan kan ze hier weg. Weg van hem, weg van dit kasteel en weg van die Kim. Die walgelijke familiegeschiedenis van haar… de gedachte alleen al doet haar huiveren. Als Kim dat te weten komt, dan zal ze nooit meer rustig kunnen slapen. Bij die gedachte moet ze giechelen. Te laat beseft ze welke stomme fout ze maakt.
Ramons presentatie van de laatste negatieve cijfers wordt plots onderbroken door gegiechel. Iedereen in het kantoor draait zich om naar de deur. Tussen de kier door zien ze duidelijk het gezicht van Carmen, die er duidelijk van baalt dat ze gesnapt is. Ramon loopt naar de deur en laat Carmen binnen. “Hoeveel heb je gehoord?” vraagt hij scherp. “Genoeg om te weten dat het hier een puinzooi is,” zegt Carmen terwijl ze op een stoel gaat zitten. “Dat is informatie die jou niks aangaat,” zegt Kim. “En of het mij wat aangaat!” snauwt Carmen. “Ik ben hier naartoe gehaald om hier zogenaamd te leren en te werken. Maar in werkelijkheid gaat het hier naar de knoppen door een of andere stoffig oud bijgeloof over een vloek en financiële problemen.” Ze kijkt giftig naar Ramon. “En mijn ‘lieve’ broer wil mij daarin meeslepen.” Ramon heeft een flinke blos op zijn wangen gekregen. Hij staart Carmen zeker een minuut aan. “Carmen,” zegt hij dan. “Ga naar je kamer.” “O nee,” reageert Sven onmiddellijk. “Ik heb haar het nodige werk gegeven om te doen. En daar is ze vast nog niet mee klaar.” Hij kijkt Carmen aan. “Of wel soms?” Carmen wendt nijdig haar hoofd af. “Nee,” zegt ze. Sven staat op. Hij loopt naar Carmens stoel en duwt haar eruit. “Dan ga je dat eerst afmaken.” Hij kijkt Kim en Ramon aan. “Ik hou haar in de gaten. Gaan jullie maar verder zonder mij.” Kim en Ramon knikken en Sven verlaat met Carmen het kantoor. Zodra ze weg zijn neemt Kim het woord. “We hebben nog een paar mogelijke fokkers waaraan we paarden kunnen verkopen. Laten we die benaderen voordat we naar andere opties gaan kijken. Maar ik verkoop het kasteel niet. En al helemaal niet aan Brique.” Ze staat op. “Ik moet naar het dorp om inkopen te doen. Kun jij alvast een paar telefoontjes plegen?” Ramon knikt waarna Kim vertrekt. Zodra hij alleen is zucht hij. Deze hele situatie met Carmen laat zien dat de boel inderdaad op instorten staat. Hij begrijpt Kims standpunt, maar ze is niet realistisch. De zaak kan onder deze omstandigheden echt failliet gaan, maar haar haat jegens Brique verblindt haar. Vervolgens neemt hij zijn besluit. Hij pakt de telefoon en draait een nummer. “Ja, met Ramon el Tiburón,” zegt hij in het Frans. “Ik wil graag monsieur Brique spreken.”
Volgende keer in Burning Ambition:
Het is tijd voor de waarheid.