Episode 20: De vlam moet binnen het dak blijven
Kim en Sven kijken om en zien Madame Brique staan. Haar neerbuigende houding is niets veranderd sinds ze haar voor het laatst hebben gezien. Dat was na de rampzalige demonstratie toen Blaze haar omver had geworpen. Toen had ze aan iedereen die het wilde horen, waaronder de pers, verteld hoe amateuristisch en incompetent de leiding van Kim was. Nu staart ze hen aan met diezelfde minachting. “Dat jullie je gezichten hier durven te laten zien,” zegt ze in haar ergerlijk deftige Frans op een toon alsof Kim en Sven criminelen zijn. “Jullie mogen nog van geluk spreken dat die knol van jullie mij niet heeft verwond. Anders had mijn man jullie zeker aangeklaagd.” Ze kijkt Sven aan. “Jij moet echt beter leren rijden.” Vervolgens kijkt ze Kim aan met haar meest hooghartige blik. Ze verheft haar stem. “En jij hebt misschien een mooi hoofdje, maar daarmee nog niet de gave om een bedrijf te kunnen leiden of de verantwoordelijkheid over een kasteel te dragen. Daarvoor moet je van goede komaf zijn. En het is wel duidelijk dat jij niet van adel bent. Hoe kun je dan denken edel werk te kunnen doen?” Iedereen in de directe omgeving kijkt nu in haar richting.
Kim kookt bijna over. Het liefst zou ze deze omhooggevallen vrouw, die waarschijnlijk nooit één dag in haar leven heeft gewerkt, aanvliegen om die zelfgenoegzame blik van haar gezicht te slaan. Maar ze moet zich beheersen. De familie Brique is een oud en edel geslacht. En in deze omgeving is dat nog steeds belangrijk. Veel mensen volgen hen als zij iets ondernemen. Ze tegenwerken staat gelijk aan sociale zelfmoord. Sven lijkt dat ook te beseffen, want hij legt zijn hand op haar schouder en neigt beleefd het hoofd naar Madame Brique. “Het is duidelijk dat onze aanwezigheid hier niet op prijs wordt gesteld. Onze excuses hiervoor,” zegt hij op respectvolle toon. “Hopelijk kunnen we in de toekomst de gebeurtenissen uit het verleden laten rusten. Tot dan zullen wij u niet lastigvallen.” Madame Brique kijkt hem lichtelijk verrast aan maar knikt dan. Hetzij schoorvoetend. Kim maakt vervolgens, met de nodige tegenzin, een revérence voor Madame Brique. Vervolgens lopen ze samen de tuin uit terug naar de auto. Onderwijl proberen ze het gefluister te negeren dat achter hun rug om plaatsvindt.
In de auto op weg terug naar het kasteel huivert Kim. “Ooh, wat een slang is dat mens toch!” ze kijkt naar Sven die achter het stuur zit. “Dat jij nog zo beleefd tegen haar kon doen zeg.” Sven kijkt even opzij en zucht. “Mijn ouders gingen voortdurend met dat soort mensen om. Dan leer je al heel vroeg om dat te doorstaan. Gewoon je tanden op elkaar klemmen, schijnheilig glimlachen en buigen wanneer ze belangrijk gaan lopen doen. Het is net als bij wolven. Er kan er maar één de baas zijn en de rest moet zich onderwerpen.” “Ja, maar bij wolven blijven de leiders niet eeuwig aan de macht,” zegt Kim zuur. “De familie Brique is erg invloedrijk en dat zie ik voorlopig niet veranderen.” “Klopt,” zegt Sven. “Maar we moeten ons niet gek laten maken door hen. Die types vinden dat iedereen beneden hen staat. We gaan verder met ons werk en we laten ze zien dat ze ernaast zitten.” Kim lacht. “Laten we dat maar doen ja.”
Een paar dagen later stopt de auto van Ramon voor het kasteel. Wanneer Kim en Sven naar buiten lopen, zien ze dat Ramon niet alleen is gekomen. Er stapt ook een meisje uit van een jaar of 18. Ze kijkt enigszins geïntimideerd en geërgerd naar het kasteel. Haar blik wordt nog norser wanneer Kim op Ramon afloopt en hem omhelst. “Ik wil jullie aan iemand voorstellen,” zegt Ramon nadat Sven hem de hand heeft geschud. “Dit is mijn zusje Carmen. Ze is mijn nog enige levende familie. Daarom is ze met me meegekomen naar Frankrijk.” Carmen snuift. “Vergeet je niet te zeggen dat ik geen enkele keus had? Omdat papa en mama niet genoeg geld hadden om mij te laten studeren, kan ik nergens anders naartoe dan naar mijn grote broer die me jaren geleden heeft laten zitten. Terwijl hij zelf letterlijk als God in Frankrijk ging leven.” Vervolgens kijkt ze Kim en Sven aan. “Luister, ik ben niet van plan om langer te blijven dan nodig is. Zeg maar wat ik moet doen en ik doe het. Ik ben gewend om met dieren om te gaan dus ik kan me vast wel nuttig maken op de fokkerij. Ramon zei dat jullie met een personeelstekort zitten.” Kim en Sven kijken Ramon aan. Die haalt verontschuldigend zijn schouders op. “Carmen heeft het hart op de tong. Maar ze heeft een thuis nodig en de kans om iets op te bouwen. Als ze hier een soort opleiding kan doen, heeft ze die mogelijkheid.” Kim knikt. “Als jij denkt dat het helpt, dan is ze van harte welkom.” “We kunnen inderdaad wel wat hulp gebruiken sinds Monica weg is,” zegt Sven. “Het is nogal hectisch.” Carmen glimlacht bij die woorden. “Fijn,” zegt ze. “Ik neem aan dat jij mijn begeleider wordt?” “Eh… ja… ik denk het,” zegt Sven. “Jij en ik moeten hard aan de slag om de financiën te regelen,” zegt Ramon tegen Kim. “Sven kan haar het beste begeleiden.” Kim knikt. Ze loopt naar Carmen. “Ik zal je naar een kamer brengen. Dan kan Sven je daarna de fokkerij laten zien.” “Is goed,” zegt Carmen. Ze loopt achter Kim aan.
Ramon kijkt Kim en zijn zusje na terwijl ze het kasteel binnengaan. Vervolgens loopt hij naar Sven toe. Hij kijkt hem ernstig aan. “Ik wil je van tevoren even waarschuwen,” zegt hij.
Volgende keer in Burning Ambition:
Oud zeer blijkt heel diep te zitten en de gang van zaken te verstoren.