Episode 14: Geen groter venijn dan vriend tonen en vijand zijn
Carice Vogelaar luistert met boosaardige voldoening naar Ricardo’s verslag. “Uitstekend gedaan,” zegt ze. “Kom straks naar me toe, dan bespreken we de rest van het plan.” Ze hangt op en schenkt zichzelf alvast een glas wijn in. Ze heft het. “Op onze wraak Alexander,” zegt ze in het luchtledige. “Sven is weg bij dat kreng en dat bastaardkind. En straks heeft zij ook geen kasteel meer.”
De auto van Ricardo stopt even buiten het dorp. “Waarom stop je nou?” vraagt Monica. Ricardo knikt naar een auto die voor de herberg staat geparkeerd. “Die auto is toch van het kasteel?” “Klopt,” zegt Monica. “Sven zal hier dus ook zijn.” “Dus is het beter dat hij ons niet samen ziet,” zegt Ricardo grimmig. Op dat moment zien ze Sven naar buiten komen en zijn spullen uit de auto halen. Hij loopt weer naar binnen zonder op of om te kijken. Ricardo kijkt Monica aan. “Kun je het aan om hem tegen te komen?” “Vast wel,” zegt Monica. “Hij zal me toch niet willen kennen. Maar goed ook. Doen alsof ik hem wilde was nou niet iets wat ik graag deed.” “Het was nodig en het heeft gewerkt,” zegt Ricardo. “Nu hij weg is zal Kim sneller het kasteel willen verkopen.” Monica kijkt Ricardo strak aan. “En dan…?” “Dan krijg jij het geld en de baan die ik je heb beloofd,” zegt Ricardo. “Meer dan je had kunnen verdienen als je na je opleiding was gaan werken in de paardenbranche.” Monica’s ogen glinsteren bij die woorden. “Als er nog iets is dat ik kan doen?” zegt ze. “Je hebt genoeg gedaan,” zegt Ricardo. “Hou je gedeisd tot je van mij hoort. Begrepen?” Monica knikt en stapt uit. Ricardo rijdt direct weg van het dorp. Richting de bossen.
“Ik weet het zeker Ramon,” zegt Kim. “Ik ga het kasteel verkopen.” Ramon zucht. “Ik kan je niet op andere gedachten brengen.” Kim schudt haar hoofd en pakt de telefoon. “Ik ga Ricardo direct bellen.” Ze draait het nummer en wacht even. “Hallo? Meneer Compagnola?” “…” “Met Kim de Beurre van Château Étalon. Ik wil u mededelen dat ik wil verkopen naar uw bod.” “…” “Ja.” “…” “Morgen al?” “…” “Nee, dat is goed. Tot morgen dan.” Ze hangt op. “Morgen?” vraagt Ramon. “Morgen komt hij om 11 uur om het contract te laten ondertekenen. Daarna heb ik nog de tijd om de rest te regelen voor het vertrek. Waardonder jou een goede referentie geven.” “En Sven?” vraagt Ramon. “Sven kan de pot op,” zegt Kim. “Hij heeft het voor zichzelf verpest. Hij zoekt het zelf maar uit. Ik heb straks genoeg geld om ergens te gaan wonen zonder dat ik hem nodig heb.” Ze wendt haar blik af. “Noa en ik hoeven hem dan nooit meer te zien.” Ramon wrijft over haar rug. “Is dit de beste oplossing?” “Het is kiezen uit het minste van twee kwaden,” zegt Kim. “Ga nu alsjeblieft. Ik ben moe en ik wil deze nare dag afsluiten.” “Zoals je wilt,” zegt Ramon. Hij verlaat de kamer en Kim laat zich ellendig zuchtend op haar bed vallen.
Ricardo parkeert voldaan zijn auto bij een bungalow in het bos. Hij stapt uit en loopt, de avondgeur van het bos opsnuivend, naar de deur van de bungalow. Hij klopt aan. “Binnen,” klinkt de koele vrouwenstem aan de andere kant. Ricardo loopt naar binnen. Carice zit op de bank met een glas wijn in haar hand. Een tweede glas staat leeg op de tafel. “En?” vraagt Carice. Ricardo gaat naast haar op de bank zitten, schenkt zichzelf in en klinkt met zijn glas tegen dat van Carice. “Kim heeft zojuist gebeld. Morgen wordt de koop gesloten.” Carice glimlacht. “Uitstekend. Mijn zoon is zijn gezin al kwijt en Kim straks haar kasteel.” Ze neemt een slok van haar wijn. “Het geluk was met ons, die dag dat ik je inhuurde als gigolo. Wat wij samen hebben bereikt hadden we afzonderlijk nooit gekund.” “Waarschijnlijk niet nee,” zegt Ricardo. “Het is zo,” zegt Carice resoluut. “Afzonderlijk hadden we te weinig geld om dat kasteel te kopen. Maar doordat ik jou hielp om dat contract in elkaar te zetten om die erfenis van Mervin van Grotius af te troggelen en dat te combineren met het smeergeld van Bob Zwarthart dat ik voor mezelf had gehouden, hebben we samen genoeg om het kasteel te kopen.” Ricardo zucht. “Ja. Maar als ik niet die sabotageplannen had bedacht en Monica had kunnen strikken voor ons plan, dan hadden we het kasteel nog niet kunnen kopen.” Carice knikt. “Klopt. Maar zonder onze samenwerking was ik nog steeds gewoon een rijke vrouw geweest en jij nog steeds een gigolo.” Ze zet haar glas neer en gaat languit op de kussens van de bank liggen. “Face it. We hebben elkaar nodig voor dit plan om meer te worden.” Ricardo zet nu ook zijn glas neer. Hij glimlacht en buigt zich naar Carice toe totdat zijn gezicht vlakbij dat van haar is. Carice kijkt hem verlangend aan. “Je hebt helemaal gelijk Carice,” zegt Ricardo. “We hebben elkaar inderdaad nodig gehad.” Zijn glimlach verandert in een valse grijns. “Tot nu toe dan.” Carice kijkt hem verbaasd aan. Maar voordat ze kan reageren heeft Ricardo een kussen gegrepen en drukt het tegen haar gezicht. Carice begint te schreeuwen, maar het kussen dempt het geluid. Ze begint met haar armen te slaan en te duwen, maar Ricardo trekt zich er niks van aan. Langzaam begint het geschreeuw in volume af te nemen en worden Carice’s bewegingen zwakker. Na nog een tijdje worstelen verslapt haar hele lichaam. Ricardo houdt het kussen nog even vast om zeker te zijn dat ze echt dood is. Dan haalt hij het kussen weg en tilt het lichaam van Carice op. Hij wikkelt het in een doek en legt het vervolgens in de kofferbak van zijn auto. Hij rijdt dieper het bos in en dumpt het in een kuil die hij daar heeft gegraven en gooit hem dicht. Vervolgens gaat hij terug naar de bungalow. Hij start de laptop op en voert het ‘geheime’ wachtwoord van Carice in. Hij bekijkt haar bankgegevens en draagt alles over naar zijn rekening. “Vertrouw nooit iemand,” zegt hij in zichzelf. Nu heeft hij al het geld en de documenten van Carice die hij nodig heeft om de deal te kunnen sluiten en het kasteel voor zichzelf te houden. “Niemand weet er verder van, dus ik hoef voor iemand te vrezen.”
Ramon loopt na een lange wandeling door het kasteel en over het terrein terug naar het kantoor. In zijn hoofd malen duistere gedachten. Hij zoekt een nummer op en toetst het in. “Met Ramon el Tiburón,” “…” “Wat ik wil? Ik weet wat jouw plannen zijn en wat voor achterbakse spelletjes hier worden gespeeld.” “…” “Ik weet er veel van.” “…” “Ja, wij moeten inderdaad nu maar direct afspreken,” zegt Ramon grijnzend.
De zon komt langzaam op. Kim wrijft vermoeid in haar ogen. Noa heeft bijna de hele nacht gehuild. Het is haar nu pas gelukt om haar in slaap te krijgen. Zelfs het zingen van Svens gebruikelijke liedjes hielp niet. Die werken alleen bij hem. Ze wordt boos bij die gedachte. Noa zal het toch zonder haar vader moeten doen. Maar hoe kan ze dit haar kind aandoen als ze haar vader nu al mist? Ze schudt haar hoofd. Het zal wel moeten. Ze kijkt op de klok. Nog een paar uur voordat Ricardo komt. Ze moet proberen nog wat te rusten. Haar slaap is weg. Maar ze kan wel proberen te mediteren. Haar Japanse leermeester heeft haar daarin geïnstrueerd. Ze gaat in kleermakerszit op de grond zitten, sluit haar ogen en ademt rustig in en uit. Al snel voelt ze zich rustig worden. Maar dan voelt ze ook iets anders. Niet een koud, maar wel een vertrouwd gevoel maakt zich van haar meester. Ze doet langzaam haar ogen open. Zoals ze al verwachtte ziet ze de geest van de oude dame.
Volgende keer in Burning Ambition:
Angst en spijt luiden het begin van het einde in.