Episode 95: Op de klippen gelopen (Cliffhanger)
19 februari 2012

“Dit kunnen we echt niet maken!” zegt Melchior. “Zelfs al kunnen wij iets doen om die documentaire tegen te houden, dan nog zou ik het niet doen. Het is een goed idee. Wij hebben onze kans gehad om er iets mee te doen. Ik ga het niet tegen houden uit wrok.” Sindie kijkt hem fel aan. Maar dan krijgt ze een glimlachje op haar gezicht. “Zo. Dus je hebt wel een ruggengraat. Ik weet nu in ieder geval hoe je tegen dit alles aan kijkt. Maar je vergeet weer eens je plaats. Ik kan je smerige geheimpjes zo aan de grote klok hangen.” “Dan verlies jij ook je kansen om weer aan het werk te gaan,” kaatst Melchior, die haar getreiter zat is, terug. “Zonder mij heb je geen contactpersoon om je te helpen.” “Denk je dat?” zegt Sindie. “Kun je dat risico nemen?” Melchior slikt. Hij kan dat inderdaad niet. Hij schudt zijn hoofd. “Dat dacht ik al,” zegt Sindie voldaan. “Maar je hoeft je niet druk te maken. Je hebt me op een idee gebracht. We zouden natuurlijk kunnen proberen om die documentaire tegen te houden. Maar we zouden er veel meer voordeel aan kunnen hebben als wij degenen zouden zijn die het bij een zender kunnen verkopen.” “Dat lukt nooit,” zegt Melchior hoofdschuddend. “Kim heeft Thijs en Sven ongetwijfeld van jouw chantage verteld. Ze zullen nooit met ons in zee gaan.” Sindie’s glimlachje verandert in een grijns. “Ik denk van wel,” zegt ze langzaam. “Ik weet wel zeker van wel. We hebben werk te doen. Maar uiteindelijk zal die serie enkel verschijnen onder onze invloed, of helemaal niet.”

“Hoe lang nog?” vraagt Noa. “Ik weet het niet,” zucht Carmen. “Waarom mag ik er niet bij zijn?” “Omdat… je papa en mama dat niet willen,” zegt Carmen vermoeid. “Maar waarom niet?” zeurt Noa. “Omdat het nog wel even gaat duren voordat de baby er is,” zegt Sven. Noa en Carmen kijken veraast op. Ze hadden niet gemerkt dat Sven bij hen was komen staan. Zijn ogen zijn waterig en hij leunt vermoeid op zijn stok.” “Hoezo?” vraagt Carmen ongerust. “Is er iets mis?” Sven gebaart geïrriteerd naar Noa die hem bang aankijkt. Carmen voelt dat ze rood wordt. Sven knielt bij Noa neer. “Het gaat goed met mama,” zegt hij geruststellend. “De baby heeft alleen niet zo’n zin om geboren te worden.” “Wanneer komt de baby dan?” vraagt Noa met een klein stemmetje. “Ik weet het niet, lieverd,” zegt Sven. “Maar ik moest van mama zeggen dat jij nu naar huis moet met tante Carmen. Zodra er nieuws is, dan laten we het jullie weten. Maar jij moet vanavond in je eigen bedje slapen.” “Ik wíl niet!” zegt Noa. “Ik wil naar mama!” Sven zucht. “Je mag eventjes naar haar toe. Maar daarna moet je met tante Carmen mee.” “Nee,” zegt Noa. Sven zucht weer. “Kom maar eventjes mee,” zegt hij. Noa en Carmen lopen achter hem aan. Kim ligt in een kamer. Ze ziet er moe uit en ademt wat ongemakkelijk. “Hé, lieverd,” zegt ze als ze Noa ziet. Ze weet een glimlach op haar gezicht te toveren. Noa rent naar het bed toe. Sven tilt haar op, zodat ze Kim kan omhelzen. “Heb je pijn?” vraagt Noa. “Het valt wel mee,” zegt Kim. “Maar ik weet niet hoe lang ik hier nog moet blijven. Heeft papa gezegd dat jij naar huis moet?” Noa knikt en begint te huilen. “Ik wil niet weg. Ik wil bij jou blijven!” Kim drukt Noa dichter tegen zich aan. “Noa, wil je mama helpen?” vraagt ze. Noa kijkt haar aan en knikt bedeesd. “Dan moet je naar huis gaan met tante Carmen. Als jij lekker gaat slapen, dan heb je morgen als je wakker wordt er misschien een broertje of zusje bij. Als grote zus moet je uitgerust zijn. Wil je dat voor me doen?” Noa denkt daar even over na. “Ik wil morgen mijn zusje zien,” zegt ze. “Eerst lekker gaan slapen,” zegt Kim. “Oké,” zegt Noa. Kim geeft Noa nog een kust. Dan neemt Carmen haar mee.

Thijs geeft Saar voorzichtig een nachtzoentje en loopt dan stilletjes haar kamertje uit. “Ze slaapt eindelijk,” zegt hij tegen Julia die op de gang staat te wachten.”Gelukkig,” zegt Julia. “Ik heb ondertussen het café afgesloten. Dan kan ik dus ook zo gaan slapen.” Thijs zucht inwendig. Hij is het nu echt zat. “Julia, we moeten praten.” Julia kruist haar armen. “Waarover dan wel?” vraagt ze bits. “Over dit,” zegt Thijs. “Zoals we nu met elkaar om gaan. Dat kan zo niet langer. Kunnen we niet proberen normaal met elkaar om te gaan? In ieder geval waar het Saar betreft? Ik wil niet dat zij ons zo ziet gedragen.” “Dat hoeft ook niet,” zegt Julia. “We hoeven elkaar toch niet te zien? Ik kan Saar net zo goed alleen opvoeden.” Thijs kijkt haar kwaad aan. “Ik laat mijn kind niet in de steek,” zegt hij. “Maar de moeder in de steek laten doe je wel?” vraagt Julia fel. Thijs kan wel uit zijn vel springen. Die oude kwestie staat nog steeds tussen hen in. Daar moet nú een einde aan komen. Hij gebaart naar de deur van Saars kamertje. “Kunnen we dit beneden verder bespreken?” zegt hij. Julia haalt haar schouders op en loopt naar beneden.

Sven gaat bij Kim zitten. “Gaat het wel?” vraagt hij bezorgd. Kim kijkt hem bang aan. “Ik weet het niet. De vorige keer ging het veel sneller.” Sven knijpt in haar hand en geeft haar een kus op haar voorhoofd. “Het komt goed,” fluistert hij. “Ik blijf bij je. Ik heb de geboorte van Noa gemist. Maar nu komt het goed.” “Echt?” vraagt Kim. “Echt,” zegt Sven. Hoewel hij van binnen ook bang is, wil hij het Kim niet laten merken.” “Ik weet dat je je groot houdt,” zegt Kim. “Maar ik vind het zo lief van je dat je het probeert.” Sven leunt naar haar toe en knijpt iets harder in haar hand. “Hou vol, Kim,” zegt hij. “Jij kunt alles aan.” “Wel als jij bij me bent,” zegt Kim.

In het café aangekomen staan Julia en Thijs weer tegenover elkaar. “Dus jij vindt dat ik jou in de steek heb gelaten?” zegt Thijs. “Dat heb je ook,” zegt Julia. “Nadat Saar werd geboren heb je het uitgemaakt.” “Nadat ik had ontdekt dat je was vreemdgegaan,” zegt Thijs fel. “Jij bent ook vreemdgegaan,” pareert Julia. “Maar jij verweet het mij dat ik was vreemdgegaan terwijl jij het al eerder met een ander had gedaan. Dat is hypocriet, Julia. Dat maakt dat ik vreemd ben gegaan niet minder verkeerd. Maar ik ben niet de enige schuldige hier.” “Dat heb je al eerder gezegd,” sist Julia. “En je kon het niet nalaten om mijn nieuwe leven kapot te maken? Ik was getrouwd met een miljonair. En jij hebt alles verpest!” Thijs lacht ongelovig. “Verpest? Die gast bleek schuldig te zijn aan de dood van je ouders. Als ik er niets aan had gedaan was je nog steeds met hem getrouwd geweest. Dan had je nog steeds in een leugen geleefd. Wil je dat soms?” Julia staart hem nijdig aan. “Dat die slang dat heeft gedaan zal ik hem nooit vergeven. En dat ik hem me heb laten aanraken is iets waar ik altijd van zal walgen. Maar zelfs in die illusie was ik gelukkiger dan ik nu ben. Ik werk me kapot om het café draaiende te houden. Mijn zus zit in de gevangenis. En jij komt af en toe eens langs een dagje op Saar te passen. Maar voor de rest sta ik overal alleen voor.” Thijs voelt zijn woede wegzakken. Hij bedoelde het destijds alleen maar goed. Maar hij heeft Julia alleen maar ellende gebracht, ook al heeft ze de waarheid onder ogen gezien over wijlen haar man. “Het spijt me,” zegt hij. “Aan spijt heb ik niets,” zegt Julia. “Ik zou het eigenlijk niet eens moeten vragen. Maar sinds de dood van Laurens zit ik met een vraag die ik maar niet los kan laten: Waarom heb je dit gedaan?” Thijs slikt. Precies de vraag die hij had willen vermijden. Maar hij kan er niet onderuit. Hij haalt even diep adem. “Omdat ik nog steeds om je geef,” zegt hij dan. Julia staart hem even verbaasd aan. “Wat?” vraagt ze dan ongelovig. “Ik geef nog steeds om je,” herhaalt Thijs. “Ik heb geprobeerd om het te verdringen. Maar toen ik je met Laurens zag besefte ik dat ik je niet had moeten laten gaan.” Hij slikt eventjes en verzamelt het laatste beetje moed dat hij nog heeft. “Want ik weet nu waarom wij allebei zijn vreemd gegaan.” Julia kijkt eventjes heel ongemakkelijk. Maar dan herstelt ze zich. “Wat maakt dat nu nog uit?” zegt ze schouderophalend. “Waarschijnlijk niets,” zegt Thijs. “Maar als ik me niet vergis, dan wilde jij meer spanning in onze relatie. Dezelfde spanning die ik ook zocht.” Julia aarzelt. “Je… bedoelt dat we beiden…?” “Meer spanning in bed wilden,” maakt Thijs de zin af. “Volgens mij ging het ons beiden daar om. We wilden meer dan we elkaar gaven. Of niet soms?

(Flashback Donkere Nachten Aan Zee; Aflevering 2.05)
Thijs voelt het water van zijn lichaam stromen als hij het trapje van het zwembad opklautert. De frisse duik heeft hem goed gedaan. Even zijn gedachten op nul zetten en het water alle nare gevoelens weg laten spoelen. Maar dan ziet hij iets dat hem direct weer een rot gevoel oplevert: Julia die in bikini richting het zwembad loopt. Hij wil het niet. Maar hij kan niet anders dan naar haar staren. Julia doet niets om verleidelijk over te komen. Maar haar duidelijk zelfverzekerde houding over haar uiterlijk, gecombineerd met haar schaarse kledij, maakt haar toch extreem aantrekkelijk. De blik van Julia kruist die van hem. Hij wendt snel zijn ogen af. Hij loopt snel naar het ligbed met zijn handdoek.

Julia probeert niet aan Thijs te denken terwijl ze in het water duikt. Na wat baantjes te hebben getrokken klimt ze uit het zwembad. Hoewel ze hem niet aankijkt, voelt ze de begerige blik van Thijs over haar lichaam glijden. Ook al zal ze het nooit toegeven, het idee dat Thijs haar op die manier bekijkt, windt haar toch erg op. Hem negerend loopt ze naar haar eigen ligbed. Ze droogt zich af en begint zich in te smeren met zonnebrandcrème. Hopelijk geniet je van het uitzicht, Thijs, denkt ze boosaardig. Meer dan kijken zit er voor jou niet meer in.

“Nee,” zegt Julia. Maar zelfs in haar eigen oren klinkt het zwak. Thijs heeft het blijkbaar ook gehoord. “Ik denk van wel,” zegt hij. “Ik ken je, Julia. Je houdt ervan om gekoesterd te worden. Maar als je echt los komt, dan heb je geen remmingen. Dan is dat lieve meisje dat iedereen ziet ineens niet meer zo braaf. Die kant ziet bijna niemand. Ik heb hem zelf ook maar een paar keer gezien. Ik heb er nooit iets over gezegd omdat ik je niet in verlegenheid wilde brengen. Maar volgens mij geniet je ervan als je jezelf zo laat gaan.” “Je kletst!” zegt Julia terwijl haar ogen schichtig heen en weer gaan. Ze doet een stap achteruit. Maar ze komt met haar rug tegen de bar te staan. Ze kijkt angstig naar Thijs. Die heeft precies geraden wat de waarheid is. Hij doet een stap naar haar toe, zodat zijn gezicht vlak bij dat van haar komt. Ze zou hem nu weg moeten duwen. Hem een knietje moeten geven. Iets om hem weg te krijgen. Ze wil dit niet! Maar terwijl haar hoofd blijft protesteren voelt ze hoe haar lichaam totaal anders reageert. Thijs leunt over haar heen. Zijn dreadlocks bewegen naar haar toe als hongerige slangen. Ze ziet de stoppelbaard op zijn wilskrachtige kin. Ze vindt hem doodeng. Krachtig. Dominant. En zo verschrikkelijk aantrekkelijk. Zijn donkere hand streelt haar bleke wang. Ze wil zich afwenden. Maar ze laat het toe. Het voelt te goed. Hij buigt zich nog verder naar haar toe en kust haar. Dan breekt Julia’s laatste verzet. Ze slaat haar armen om Thijs heen en laat zich door hem op de bar tillen. Ze trekt hem zijn trui uit. Zijn donkere gespierde bovenlijf ziet er nog beter uit dan vroeger. Thijs maakt de knoopjes van haar blouse los. Hij kust haar opnieuw en gaat via haar hals verder naar beneden. “Doe met me wat je wilt,” kreunt ze.

“Persen!” zegt de arts. Kim zet zich schrap en duwt met alle krach die ze nog in zich heeft. Maar na bijna een hele dag is ze totaal uitgeput. Ze schreeuwt het uit. Sven knijpt voor de zoveelste maal in haar hand. “Volhouden!” moedigt hij haar aan. “Ik zie het hoofdje,” zegt de arts. “Nog één keer persen,” Met een laatste krachtsinspanning, een luide schreeuw en een ijzeren greep die Svens hand bijna fijn knijpt, geeft Kim alles wat ze nog heeft. Dan worden ze beloond met het geluid van een huilende baby. “Gefeliciteerd,” zegt de arts. “Jullie hebben een kerngezonde zoon.” Sven geeft Kim een kus. “Lieverd, ik ben zo trots op je.” Kim lacht door haar tranen heen. Dan wordt de baby in haar armen gelegd. “Hallo, knappe jongen van me,” zegt ze terwijl ze haar zoon bekijkt. “Hallo, Reinout.” Sven bekijkt zijn zoon met een grote glimlach. “Lijkt hij nou op jou of op mij?” Kim lacht. “Hij lijkt op jou, gekkie.”

“Dat is geweldig, Sven,” zegt Carmen. “We komen er zo snel mogelijk aan. Ze hangt op en loopt terug naar de keuken. Daar zit Noa naar haar boterham met jam te staren. “Eet je brood op en drink je melk,” zegt Carmen vrolijk. “Dan gaan we daarna naar mama toe.” “Is de baby er?” vraagt Noa. Carmen knikt. “En we gaan er naartoe, zodra jij je ontbijt op hebt.” Noa begint direct enthousiast te eten. Zodra ze haar bord leeg heeft en haar glas heeft leeggedronken, zet Carmen de spullen in de vaatwasser. Ze lopen naar de gang waar Carmen Noa haar jas en handschoenen aantrekt.” Aan de hand van Carmen volt Noa haar naar buiten. “Zo, zin om naar je kleine broertje te gaan kijken?” vraagt Carmen. Maar direct beseft ze wat voor fout ze heeft gemaakt. “Nee! Geen broertje!” roept Noa boos. “Ik wil een zusje!” “Het spijt me,” zegt Carmen paniekerig. “Maar je hebt echt een broertje.” “Je liegt!” gilt Noa half huilend. Ze probeert zich los te trekken. “Noa… alsjeblieft,” begint Carmen. Maar dan weet Noa zich uit haar handschoen te wurmen. Ze rent direct weg, de bosjes in. “Noa!” roept Carmen angstig. “Noa! Kom terug!” Ze staat even als aan de grond genageld. Maar dan volgt ze Noa het struikgewas is.

Noa rent door de bosjes. Ze valt, krabbelt weer overeind, en rent dan weer verder. Achter zich hoort ze Carmen roepen: “Noa! Waar ben je? Kom terug!” Maar dat wil ze niet. Ze heeft geen broertje. Ze krijgt een zusje. Tante Carmen liegt. Ze hoort hoe de voetstappen van Carmen dichterbij komen. Ze duikt snel weg achter een paar kleine dennenboompjes. Ze ziet hoe de voeten van Carmen langs de bomen lopen. Ze houdt haar adem in. “Noa! Noa!” hoort ze roepen. Maar ze houdt zich stil. De voetstappen worden zachter. Carmen loopt verder, wanhopig roepend. Noa wacht nog een tijdje totdat de stem van Carmen ver van haar af is. Dan staat ze op en loopt weg. Ze kijkt om zich heen. Maar ze heeft geen idee waar ze naartoe moet. Ze loopt een beetje verloren rond, totdat ze ineens geritsel achter zich hoort. Ze draait zich om. Vlakbij ziet ze een klein roodbruin dier met een witte buik, een spitse snuit en een hap uit zijn linker oor. Het dier ziet er mager en nieuwsgierig uit. Noa gaat op haar hurken zitten. Voorzichtig steekt ze de hand zonder handschoen uit. Het dier komt voorzichtig dichterbij en snuffelt aan haar hand. Noa giechelt door het kietelende gevoel. Ze reikt verder om het diertje te aaien. Maar dan maakt het dier ineens een eng geluid en bijt haar in haar hand. Noa gilt het uit en trekt haar hand terug. Die zit onder het bloed.

Volgende keer in Burning Ambition:
Men moet de gevolgen onder ogen zien.


CopyRight (C) 2009 - 2011 - Jeske & Patrick-M
Elke overeenstemming met bestaande personages berust op toeval.
De gebruikte foto's zijn alleen gebruikt ter vermaak van de lezer
en heeft op geen enkele manier te maken met de afgebeelde persoon.
Wij streven er naar om alle rechten te controleren,
mocht u materiaal tegen komen wat van u is,
dan kunt u contact met ons opnemen
waarna wij dit materiaal van de site kunnen verwijderen.